zondag 21 maart 2010

St. Patrick's day

Het plan
Boek samen met twee Nederlanders, twee Duitsers en een Ier, een vlucht naar Dublin op St. Patrick’s day. Koop, zoals een goede toerist betaamt, een overdreven groen kostuum, om erbij te horen. En breng de nacht door in het café, om de volgende ochtend het vliegtuig terug te nemen.

Ik snap dat dit bij jullie al wat vragen oproept. Zoals, Wie is Patrick?, Waarom groen? en wat heeft dat met Dublin te maken? Allereerst, St. Patrick’s day is een feestdag. Die door Ieren en mensen van Ierse afkomst, net als elke andere nationale feestdag, gebruikt wordt als excuus om excessief veel te drinken.

Maar, wat maakt Patrick dan wel zo heilig? Hierover heb ik in Dublin niet echt duidelijkheid kunnen krijgen. Ik heb verschillende versies gehoord, die allemaal even onaannemelijk waren. Dus heb ik besloten ze allemaal maar te geloven. De eerste versie van het verhaal, legde uit dat Patrick een herder was die, om zijn schapen te beschermen, alle slangen uit Ierland de zee in heeft gejaagd. Een ondersteunend feit voor dit verhaal is dat er inderdaad geen slangen blijken te zijn in Ierland. Wat het verhaal minder geloofwaardig maakt is dat ik het een beetje een slappe reden vind om iemand tot beschermheilige te benoemen en er jaarlijks een feestdag voor te organiseren. Dit heeft er wel voor gezorgd dat mijn doel van een feestdag krijgen nog gewoon tot de opties behoord. Ik ben dan ook al bezig met de selectie van dieren die ik uit wil gaan roeien.

Maar waarom droegen jullie dan een groen pak? De verklaring van de kleur kreeg ik in de tweede uitleg van St. Patrick’s day. Patrick begon in dit verhaal nog steeds als een herder. Ik heb dan ook maar aangenomen dat dat stuk van het verhaal klopt. Maar deze keer joeg hij geen slangen weg, maar bracht hij het katholieke geloof met zich mee vanuit Engeland. De kleur die Patrick als bisschop had aangenomen was groen. En als metafoor voor god gebruikte Patrick een klavertje drie. Wat nog steeds gebruikt wordt als symbool voor St. Patrick en Ierland. Toen ik doorkreeg dat de man die dit verhaal vertelde zijn gezicht blauw had geschminkt, kreeg ik echter de indruk dat hij het niet helemaal eens was met deze theorie. In de uitleg van zijn kleurkeuze kwam dan ook naar voren dat het hele verhaal een mythe was waarin later nogal wat feiten zijn verdraaid. Volgens hem was de kleur van Patrick, die toen nog geen St. was, Blauw. Wat tevens de huidige presidentiële kleur is. En dat hij daarom, uit principe, zijn gezicht in de correcte kleur had geverfd. Toen hij echter vertelde dat het klavertje in het echt ook geen klavertje was maar drie pinten Guiness, heb ik ook bij zijn verhaal maar wat vraagtekens geplaatst.

Ik was na het verhaal dan ook nog steeds tevreden met de kleur van het pak dat wij hadden aangetrokken. Al was ik daar sowieso erg blij mee. In de veronderstelling dat iedereen extreem gekleed zou zijn, hebben wij 5 Leprechaun pakken besteld. Eenmaal aangekomen in Dublin bleken wij echter een van de weinige te zijn die hadden besloten zich te kleden als de Ierse mythologische figuren. Het werd echter bijzonder positief ontvangen. Het resultaat was dat wij de hele dag als toeristenattractie door de stad hebben gelopen. We konden dan ook geen 20 meter lopen zonder dat er gevraagd werd of mensen met ons op de foto mochten. Aangezien we allemaal wel van de aandacht genoten, hebben we dat dan ook vrolijk toegestaan. Onderaan staan een paar van de foto’s

Dan hebben we natuurlijk nog de Ieren zelf. Apart volk. Meestal als ik apart gebruik betekent het dat ik eigenlijk niet goed kan beschrijven wat ik er echt van vind. We werden door alle Ieren bijzonder goed ontvangen. Zo liepen er bijna geen voorbij die niet een gebaar of een geluid maakte om ons te complimenteren voor onze kostuums. Terwijl de eerste vraag wel altijd was “Waar komen jullie eigenlijk vandaan?”. Het was dan blijkbaar ook goed te zien dat we toeristen waren. Het is een beetje als met Koninginnedag in Amsterdam. Waar de Nederlanders rondlopen met een oranje shirtje, sjaal of fluitje, lopen de buitenlanders in oranje leeuwenkostuums, Overalls en volledige voetbaltenues. Waar we wel onze best hadden gedaan ertussen te passen, leek het echter het tegenovergestelde effect te hebben. Maar wanneer we vertelden dat we uit Duitsland en Nederland kwamen werd ook dat positief ontvangen. De meeste reageerde zelfs erg trots. Dat we de moeite hebben genomen om de feestdag van een land met slechts 4 miljoen inwoners mee te vieren. Het motto is dan ook, op St. Patrick’s day is iedereen een beetje Ier.

Wat ook best nog wel eens waar kan zijn. De Ieren staan namelijk nogal bekend als trekvogels. Zo zijn er rond 1840 meer dan 2,5 miljoen naar Amerika verhuisd. En heeft elke zichzelf respecterende woonplaats in de wereld een Irish Pub. Wat er meteen voor zorgt dat St. Patrick’s day een van de grootst gevierde feestdagen ter wereld is. Zo kleuren zowel het Sidney Oprah House en de Chicago river op 17 maart groen. De Ieren komen over als een bijzonder trots volk. Trots op hun voorouders die nog mee hebben geholpen aan het bouwen van de Empire state building en het WTC, en daarvoor nog steeds bijzonder gewaardeerd worden, en trots op het feit dat steden, die meer inwoners hebben dan heel Ierland, hun feetsdag met ze mee vieren. Eigenlijk zijn de Ieren dus trots op het feit dat ze in een land wonen waaruit meer dan de helft van de inwoners ooit heeft besloten te emigreren.

Dit zorgden er wel voor dat wij bijzonder goed zijn ontvangen. Maar het zorgden er ook voor dat er nog een andere kant van Ierland naar boven kwam. Degene van onze groep die zich het minst op zijn gemak heeft gevoeld was namelijk de Ier zelf. Een van oorsprong Noord Ier om precies te zijn. Zo legde hij uit dat de strijd tussen het protestante en Engelse Noorden en het Katholieke en Ierse Zuiden wel af is genomen, maar nog erg word ondersteund daar het zuid Ierse volk. Zo heeft hij dan ook uit angst tegen elke Ier gelogen over zijn afkomst. Ierland kwam dan ook een beetje over als een land met 2 gezichten. Een land dat nogal wat problemen heeft met zichzelf, en zich daarom tegenover anderen opstelt als een overdreven vrolijk en gezellig volk.

Aan het eind van de dag, die een week leek te duren, hebben we de bus genomen naar het vliegveld. Om daar voor de resterende 5 uren een plek te vinden om te slapen. Wat niet echt gelukt is. Met als resultaat dat ik van de in de 30 uur, die de reis duurde, er 30 minuten van heb geslapen. Op de marmeren vloer van de vertrekhal wel te verstaan. Terugkijkend was het een bijzondere dag met een onwerkelijk tintje. Ik kan iedereen in ieder geval aanraden op St. Patrick’s day naar Dublin te gaan. Als je dan nog zorgt voor een goed pak, wordt de dag vanzelf onvergetelijk. Wel 1 tip, boek een hotel, het vliegveld is niet echt aan te raden.

dublin

dinsdag 16 maart 2010

Interactie

Om het allemaal wat leuker te maken en mij een beetje op gang te houden, wil ik jullie uitnodigen vragen die jullie hebben, of onderwerpen die jullie besproken willen zien, naar mij te mailen of in de reacties te plaatsen. Dan probeer ik ze in de posts te beantwoorden.

Denk aan vragen als:
Hoe is het weer? Wat doe je eigenlijk in Engeland? of Wat moet ik in Engeland niet bestellen?

Ik zou zeggen, Laat je gaan!

zondag 14 maart 2010

Brand!!................oefening.

Ja, in de waan dat ik jullie eindelijk eens iets met echte nieuwswaarde kon vertellen liep ik op de maat van het brandalarm, met mijn laptop onder de arm achter de, door fluorescerende hesjes geleide, kudde mensen aan de parkeerplaats op. Al wachtend op vlammen, sirenes en explosies werd (gelukkig) door de megafoon bevestigd dat het om een oefening ging. Eenmaal terug binnen, realiseerde ik me wel dat ik nu echt zelf weer wat moet gaan verzinnen om te typen. En nee, de onderwerpen komen niet aanwaaien. Wat ook meteen de reden is van de afgelopen stilte. Verwacht alsjeblieft geen storm.

Ik ga dan ook maar beginnen met de meest inspiratieloze gespreksopener die er bestaat. Het weer. Wat tot mijn verbazing en mijn genoegen erg goed is. Waar ik heb vernomen dat Nederland zich alleen buiten begeeft met dikke jassen, sjaals, paraplu’s en snowboots, ben ik blij te mogen melden dat die hier allang weer in de kast liggen. Hier zijn de zomerjassen uit de kast, de zonnebrillen van de plank, de ijscokarren uit de garage en de daken allang weer van de cabrio’s gehaald. Wat mij altijd extreem vrolijk maakt. De eerste dag dat ik mijn jas aan de kapstok kan laten hangen krijgt bij mij dan ook de naam “vrolijkste dag van het jaar”, en wordt in mijn agenda voorzien van een dubbele rand met zonnestralen. Maar genoeg over het weer.

Nu het gesprek is geopend, het ijs is gebroken, de kop eraf is en ik door mijn gezegdes over afgebeten spitzen heen ben, ga ik verder met het volgende. Koffie. Waarom koffie? Omdat ik het mis. Natuurlijk mis ik jullie ook. Maar aangezien ik nooit lichamelijk aan jullie verslaafd ben geweest, word ik daar niet zo vaak aan herinnerd. Ik ga dan ook regelmatig, als een hongerige neanderthaler op zoek naar goede koffie. Je zou verwachten dat zoeken naar koffie in de geboorteplaats van Charles Earl Grey, in het land van high tea, en het land dat de thee leverde voor het Bostons theefeestje, een beetje zou zijn als zoeken naar een speld in een hooiberg. Gelukkig werd al snel duidelijk dat het meer ging lijken op zoeken naar de beste speld in het speldenkussen.

Nadat al veel van de spelden in mijn cafeïne behoefte hebben voorzien, moet ik concluderen dat hij nergens smaakt zoals het hoort. Ik ben er ook achter gekomen dat koffie drinken meer is dan voorzien in die behoefte. Koffie drinken is opstaan met een grote cappuccino met rosetta. Met een lungo van de week en goed gezelschap een potje schaken. Een espresso van de volgende week om het eten te verwerken. En een grote cappuccino met een dubbele rosetta voor het slapen gaan. In contrast is het hier allemaal wat minder melodramatisch. Hier neemt men een huisvrouw, die je koffie zorgvuldig en met liefde voor je aanslaat op de kassa, en je bestelling doorschreeuwt naar haar nog huisvrouwelijkere collega. Wachtend op de koffie zie je dan hoe je papieren beker behendig onder de machine wordt geworpen, en de melk met 2 liter tegelijk al klokkenluiderbewegingen makend tot het kookpunt wordt gebracht. Waarna hij je met gestrekte arm wordt aangereikt. Gepaard met een blik die meer dan 1000 woorden zegt. Of eigenlijk met een blik die 12 woorden zegt. “Als je het niet goed vind, dan ga je maar naar Inspire.”, maar dan in het Engels. Nee, zoals de koffie thuis smaakt, smaakt hij hier niet.

Maar goed, zoals het mijn blogposts betaamt, moet ik nu in mijn conclusie laten merken dat het ondanks de op- en aanmerkingen over Engeland, die ik zo graag bespreek, toch gewoon goed gaat. En dat gaat het ook. Vooral nu de goede koffie weer in het vooruitzicht is, de schoolopdrachten vorm beginnen te krijgen, en er woensdag iets bijzonder leuks gepland staat. Maar daarover later meer. Voor nu, groeten uit Newcastle. En mijn belofte dat ik weer wat frequenter van deze onzinnige, maar immer gezellige, nonsens zal posten.

Cheers!