Zo, de eerste maand zit erop. De tijd kruipt, als je ergens pas net woont. Wat best raar is. Ik heb het goed naar mijn zin, en ik verveel me niet. Omstandigheden waarin de tijd vorig jaar nog gewoon zou vliegen. De maand leek in ieder geval langer te duren dan ik gewend was van een maand. De maanden leken altijd net zo snel te wisselen als ik mijn ondergoed. De laatste maand leek echter meer op het wisselen van een scheermesje. Wat ik 1 keer in de maand doe.., maar dat zou dan weer gewoon moeten kloppen... Is de tijd dan altijd sneller gegaan? Mhh... of moet ik gewoon langer doen met een onderbroek? Mhhh...???
Nou, die alinea brengt me niet echt verder met het zoeken naar hoe het komt dat de afgelopen maand langer leek te duren dan anders. Laten we het nog een keer proberen;
Misschien komt het doordat alles nieuw is, en actiever de aandacht vereist. Maar dat zou betekenen dat wanneer ik ergens gewend ben, ik maar de helft van de tijd bewust meemaak. Waardoor de tijd sneller lijkt te gaan. Maar dat zou ook betekenen dat ik een beetje een dromert ben. Aangezien ik nog veel te jong ben om dat toe te geven, is dat zeker niet de verklaring.
Is het dan misschien omdat "wennen" tijd kost? Wennen kost misschien wel tijd, maar het is wel een beetje egoïstisch om te denken dat het kalenderstelsel zich aan mijn gewenningstempo aanpast. Nee,.. dat is het denk ik ook niet.
Is het dan misschien omdat ik te veel tijd doorbreng met het polsen naar of ik me wel goed voel hier. Ik wil alle opties openhouden. Ik verwacht geen heimwee te krijgen, maar als het zo zou zijn, moet dat kunnen. Komt het misschien daardoor dat de tijd langzamer lijkt te gaan? Ben ik te vaak bezig met mezelf actief af te vragen wat ik vind van deze hele onderneming? Ben ik misschien toch een beetje bang voor heimwee?... Ik ben er bang voor in die zin dat ik het niet wil krijgen, net als dat ik bang ben dat ik varkensgriep krijg. Maar daarvoor ga ik ook niet elke ochtend met een thermometer in mijn oor zitten...
Met het schrijven van dit bericht bepaal ik dan ook, dat ik mijn strategie die ik voor liefde gebruik ook ga toepassen bij heimwee. Ik sta er voor open, maar zoek het niet actief. Met mijn liefdeshistorie geeft dat dan ook meteen de hoop dat ook heimwee mij niet al te frequent zal vinden.
Nou moet ik ook concluderen dat de laatste maand best wel tegen een bijzondere periode op heeft te boksen. Met een bijzonder aangename 1,5 jaar als referentie, snap ik dat de afgelopen maand zich een beetje de underdog heeft moeten voelen. Misschien was ik wel bezig om hem te vergelijken met mijn tijd in Breda? Maar 1 maand tegenover 1,5 jaar is een redelijk korte termijn, en aangezien dat gedeelte van mijn geheugen nou juist niet volledig is ontwikkeld, is het misschien niet echt een goede vergelijking. Zal ik Newcastle dan gewoon een schone lei geven? Een nieuw hoofdstuk dat verder bouwt op, en het logische gevolg is van, het hoofdstuk "Breda"?
Ja, ik ben eruit. Ik ga weer leven. Ik heb nu mooi een maandje kunnen wennen. Een maand waarin ik al bijzonder veel leuke mensen heb leren kennen, al veel leuke dingen heb gedaan, al veel mooie dingen heb gezien en me redelijk heimweeloos doorheen heb weten te krijgen. Dat voorspelt dus alle goeds voor de rest van mijn tijd hier. Ik ben dan ook blij te concluderen dat, met de afgelopen maand als referentie, het hier gewoon een erg mooi jaar gaat worden.
Nou dagblog, daar ben ik uit. Bedankt voor het luisteren, en sorry voor de ongestructureerde en abrupte gedachtewisselingen, de metaforen en de dosis onnodige informatie. Maar, je kent me.
Ik hoop wel dat iedereen doorheeft dat dit niet betekent dat ze moeten stoppen met contact houden. Dat zou namelijk hetzelfde zijn als handen schudden met iemand met varkensgriep. Het vergroot de kans op ziekte.
Nou, dag Blog. Welterusten.
maandag 22 februari 2010
zondag 14 februari 2010
Aan de dames van Inspire
Heel erg bedankt voor de "14 Februari" enveloppe.
en natuurlijk,
I would love to be your valentine!
en natuurlijk,
I would love to be your valentine!
Newcastle
Als iemand mij voordat ik vertrok vroeg, “Waar ga je eigenlijk heen?”, en ik antwoordde met “Newcastle”, zag je aan de reactie dat ze zich afvroegen wat iemand daar in ’s hemelsnaam heeft te zoeken? Iedereen kent de naam, maar het was toch leuker geweest als ik London, New York of Sidney had gezegd. De meeste mensen hadden dan waarschijnlijk zelfs een bezienswaardigheid kunnen noemen waar ik bij in de stad zou komen te wonen. In het geval van Newcastle eindigde het gesprek in de meeste gevallen met, ow,... Leuk.
Maargoed, ik kan jullie nu wel wat tips geven. Mochten jullie ooit nog in Newcastle belanden. Tip 1, kom op visite. Ik ben nog niet in de reisgids opgenomen, maar daar wordt aan gewerkt. Naast mij, zijn er nog wel een paar redenen om naar Newcastle te komen.
Wat ik iedereen aan kan raden als je nieuw in een stad aankomt, is aan de locals vragen wat zij van de stad vinden en wat zij je aanraden te doen. Je kunt uit hun antwoord vaak opmaken waar het in die stad eigenlijk om gaat. In het geval van een, niet zo tot de verbeelding sprekende, stad (als Newcastle), komt niet iedereen even enthousiast over. Omdat ze toch iets moeten noemen, noemen ze hetgeen dat ze het minst erg vinden. Het antwoord hier is meestal: Je kunt er goed uitgaan.
En ja, in zo’n stad ben ik beland. Volgens Forbes zelfs de op 7 na beste feeststad ter wereld. Het centrum is bezaaid met pubs, clubs en discotheken. Als je ’s nachts door de stad loopt krijg je de indruk dat elke van de 799.000 inwoners van het Newcastle-Gateshead stedelijk gebied, zich naar het centrum van Newcastle begeeft, om alles even helemaal te vergeten. Dat doen ze dan ook letterlijk. Waar ik bang was dat de Engelse manier van uitgaan, niet echt samen zou gaan met de mijne, zijn er gelukkig genoeg plaatsen waar het ook best op z’n Hollands kan. Al zijn er wel plaatsen waar je liever niet wil komen. Die worden dan ook door iedereen afgeraden.
Voor de rest is Newcastle een stad die zijn gloriejaren had tijdens de industriële revolutie. Dit is als je door de stad loopt nog goed te merken. Veel gebouwen en bruggen stammen uit die tijd en doen vrij kil en kolosaal aan. Het is dus niet echt een mooie stad. Het meest bezienswaardige is de Quayside. De oevers van de rivier de Tyne worden gesierd door 4 erg verschillende maar 4 erg bijzondere bruggen. Aan de namen van de bruggen kun je afleiden hoe bijzonder creatief de mensen hier zijn. Zo heb je de High bridge, die erg hoog is, de Swing bridge, die draait, de Millenium bridge, jullie mogen raden waarom, en de De Tyne Bridge, die vernoemd is naar de rivier die hij overbrugd. Naast de Quayside is het gebouw van mijn Universiteit een van de meest bezienswaardige dingen van Newcastle.
Voor degene die het nog niet doorhebben, de vorige alinea is eigenlijk een slechte poging om te verbergen dat Newcastle niet echt een stad is om te bezichtigen. Het voordeel is dat, als je dit wel wil doen, je aan een half dagje genoeg hebt. Waar Newcastle niet echt veel punten scoort op looks, doet de stad het wel bijzonder goed op uitgaansgelegenheden. De stad heeft 3 musea, 2 bioscopen, ontelbaar veel cafe’s en restaurants en het grootste indoor doolhof van Europa, wat ze hier het winkelcentrum noemen. De juiste winkel vinden is daarin al lastig, de uitgang vinden is nog veel lastiger. Eigenlijk is Newcasle dus meer een stad om in te wonen, dan om te bezoeken.
Komt dat eens mooi uit.
Maargoed, ik kan jullie nu wel wat tips geven. Mochten jullie ooit nog in Newcastle belanden. Tip 1, kom op visite. Ik ben nog niet in de reisgids opgenomen, maar daar wordt aan gewerkt. Naast mij, zijn er nog wel een paar redenen om naar Newcastle te komen.
Wat ik iedereen aan kan raden als je nieuw in een stad aankomt, is aan de locals vragen wat zij van de stad vinden en wat zij je aanraden te doen. Je kunt uit hun antwoord vaak opmaken waar het in die stad eigenlijk om gaat. In het geval van een, niet zo tot de verbeelding sprekende, stad (als Newcastle), komt niet iedereen even enthousiast over. Omdat ze toch iets moeten noemen, noemen ze hetgeen dat ze het minst erg vinden. Het antwoord hier is meestal: Je kunt er goed uitgaan.
En ja, in zo’n stad ben ik beland. Volgens Forbes zelfs de op 7 na beste feeststad ter wereld. Het centrum is bezaaid met pubs, clubs en discotheken. Als je ’s nachts door de stad loopt krijg je de indruk dat elke van de 799.000 inwoners van het Newcastle-Gateshead stedelijk gebied, zich naar het centrum van Newcastle begeeft, om alles even helemaal te vergeten. Dat doen ze dan ook letterlijk. Waar ik bang was dat de Engelse manier van uitgaan, niet echt samen zou gaan met de mijne, zijn er gelukkig genoeg plaatsen waar het ook best op z’n Hollands kan. Al zijn er wel plaatsen waar je liever niet wil komen. Die worden dan ook door iedereen afgeraden.
Voor de rest is Newcastle een stad die zijn gloriejaren had tijdens de industriële revolutie. Dit is als je door de stad loopt nog goed te merken. Veel gebouwen en bruggen stammen uit die tijd en doen vrij kil en kolosaal aan. Het is dus niet echt een mooie stad. Het meest bezienswaardige is de Quayside. De oevers van de rivier de Tyne worden gesierd door 4 erg verschillende maar 4 erg bijzondere bruggen. Aan de namen van de bruggen kun je afleiden hoe bijzonder creatief de mensen hier zijn. Zo heb je de High bridge, die erg hoog is, de Swing bridge, die draait, de Millenium bridge, jullie mogen raden waarom, en de De Tyne Bridge, die vernoemd is naar de rivier die hij overbrugd. Naast de Quayside is het gebouw van mijn Universiteit een van de meest bezienswaardige dingen van Newcastle.
Voor degene die het nog niet doorhebben, de vorige alinea is eigenlijk een slechte poging om te verbergen dat Newcastle niet echt een stad is om te bezichtigen. Het voordeel is dat, als je dit wel wil doen, je aan een half dagje genoeg hebt. Waar Newcastle niet echt veel punten scoort op looks, doet de stad het wel bijzonder goed op uitgaansgelegenheden. De stad heeft 3 musea, 2 bioscopen, ontelbaar veel cafe’s en restaurants en het grootste indoor doolhof van Europa, wat ze hier het winkelcentrum noemen. De juiste winkel vinden is daarin al lastig, de uitgang vinden is nog veel lastiger. Eigenlijk is Newcasle dus meer een stad om in te wonen, dan om te bezoeken.
Komt dat eens mooi uit.
zondag 7 februari 2010
Erop uit, Durham en Alnwick.
Als in Nederland de week eindigt, begint het weekend. Dat is hier gelukkig ook zo. Maar wat doe je dan? Waar je doordeweeks bezig gehouden wordt door school en allerlei sociale verplichtingen, moet je je in het weekend toch echt zelf bezig zien te houden. Gelukkig zit ik hier in een land met een rijke historie en dus ook genoeg plaatsen waarvan de reisgids vindt dat je er geweest moet zijn.
Zo zijn we het eerste weekend beland in Durham.
“Durham is een middeleeuwse stad met als hoofdattracties, The Cathedral Church of Christ, Blessed Mary the Virgin and St Cuthbert of Durham (de Kathedraal) en het kasteel van Durham, waar de, op Oxford en Cambridge na, oudste universiteit van Engeland zit gevestigd.”
Dat Engeland een rijke historie heeft is in Durham goed te merken. Jammer is het dat, wanneer je door zo’n stad loopt, je het gevoel krijgt dat het altijd historisch is gebleven. De rivieren en grachten lijken nog steeds op open riolen, De huizen op decorstukken, die te authentiek lijken om echt zo oud te zijn en ben je bij het oversteken bang om overreden te worden door een paard en wagen. Het resultaat is dat de enige mensen die je in de stad tegen komt, toeristen zijn. Aangezien te hard pratende Amerikanen en fotomakende Chinezen niet echt bekend staan om hun gezelligheid, hangt er dus ook geen sfeer. Door Durham lopen voelt als lopen door een kil gestileerd openluchtmuseum en niet als een stad waar het fijn is om te zijn. Natuurlijk zijn het kasteel en de Kathedraal twee, bijzonder mooi opgestapelde, hopen mergelsteen, maar na een halfuurtje er door- en omheen te hebben gelopen, beginnen ze al snel te vervelen. Na een paar uur hebben we dan ook de trein van 1350 terug gepakt naar het jaar 2010.
Het tweede weekend belandde we in Alnwick. De reden dat iemand naar dit afgelegen oord af zou willen reizen is, omdat er een kasteel staat waar de eerste 2 Harry Potter films op zijn genomen. Met een gezond gemengd gezelschap van 2 Duitsers en 4 Nederlanders namen we dan ook de trein. Die, tot onze verbazing, vertrok van perron 2 en niet van perron 9 ¾. In Alnwick uit de trein stappen voelde een beetje als gedropt worden in the middle of nowhere, in the middle of eeuwen. Volledig in Harry Potter sfeer werden we opgehaald door een dubbeldekker, die over de smalle Engelse landweggetjes reed, als een onervaren tovenaar op een bezemsteel. Het gevoel wat dit met zich mee bracht, kan dan ook het beste omschreven worden als, best eng. Door de reisgids bladerend, kwamen we bij de omschrijving van het kasteel van Alnwick uit.
“Het kasteel, gebouwd ter verdediging van Engeland tegen de Schotse invasie, is voltooid in het jaar 1096. Het Kasteel is open voor publiek tussen April en September”
Tip 1: kijk eerst even in de reisgids. Hopend dat dit betekende dat ze de uitzondering van 31 januari zijn vergeten af te drukken in de reisgids, of aan het filmen waren, zijn we er toch maar even heengelopen. Toen bleek dat het kasteel ook op 31 januari dicht was voor publiek, zijn we er even omheen gelopen. Wat ons opviel was hoe lastig dit wel niet was. Zo werden we om de 500 meter gehinderd door een muurtje of een hekje. Nog vreemder was het dat we, na een tijdje gelopen te hebben, bij de achterkant van het kasteel uitkwamen, waar de poort gewoon open stond. Wat raar allemaal. Na even een kijkje binnen te hebben genomen, even vriendelijk naar de man van de beveiliging te hebben gelachen en weer snel weg te zijn gelopen, kunnen we toch mooi melden dat we binnen zijn geweest. Na wat gedronken te hebben in de grootste boomhut van Europa, hebben we de bus genomen naar het plaatsje Alnmouth.
Dit pittoreske, aan de kust gelegen, plaatsje bracht nog meer verrassingen met zich mee. Het plaatsje is namelijk onderhevig aan een van de grootste tijverschillen van Engeland. Boten, die een paar uur geleden nog op het droge lagen, dreven weer, zoals boten dat horen te doen. Zulk sterk opkomend water brengt, voor avontuurlijke en naïeve Nederlanders, wel wat gevaren met zich mee. Zo besloot een van ons (Cas de Bruijn) op een boomstronk op het droge te gaan staan. 2 golven later bleek dat hij beter had kunnen kiezen voor een surfplank. Met natte schoenen en sokken als gevolg. Nadat we een stuk van Engeland af hebben zien breken en zien veranderen in een stuk noordzee, hebben we besloten dat het beter was om weg te gaan, voor we allemaal nat zouden worden en hebben we de trein terug gepakt naar de bewoonde wereld.
Al met al, vermaak ik me prima, ook in het weekend. Gisteren ben ik naar Liverpool geweest, maar omdat ik jullie wel weer genoeg te lezen heb gegeven, komt dat de volgende “Erop uit” wel weer.
Groeten uit Newcastle en veel plezier met Neerland’s slechtste excuus om verkleed zat te worden. Wat zal ik dat toch missen. Eigenlijk niet, het is hier namelijk altijd carnaval.
P.s. Rechts op de blog staat een link naar mijn Photostream. Hierop plaats ik regelmatig wat foto’s die ik gemaakt heb. De foto’s van Durham en Alnwick staan er al op.
Zo zijn we het eerste weekend beland in Durham.
“Durham is een middeleeuwse stad met als hoofdattracties, The Cathedral Church of Christ, Blessed Mary the Virgin and St Cuthbert of Durham (de Kathedraal) en het kasteel van Durham, waar de, op Oxford en Cambridge na, oudste universiteit van Engeland zit gevestigd.”
Dat Engeland een rijke historie heeft is in Durham goed te merken. Jammer is het dat, wanneer je door zo’n stad loopt, je het gevoel krijgt dat het altijd historisch is gebleven. De rivieren en grachten lijken nog steeds op open riolen, De huizen op decorstukken, die te authentiek lijken om echt zo oud te zijn en ben je bij het oversteken bang om overreden te worden door een paard en wagen. Het resultaat is dat de enige mensen die je in de stad tegen komt, toeristen zijn. Aangezien te hard pratende Amerikanen en fotomakende Chinezen niet echt bekend staan om hun gezelligheid, hangt er dus ook geen sfeer. Door Durham lopen voelt als lopen door een kil gestileerd openluchtmuseum en niet als een stad waar het fijn is om te zijn. Natuurlijk zijn het kasteel en de Kathedraal twee, bijzonder mooi opgestapelde, hopen mergelsteen, maar na een halfuurtje er door- en omheen te hebben gelopen, beginnen ze al snel te vervelen. Na een paar uur hebben we dan ook de trein van 1350 terug gepakt naar het jaar 2010.
Het tweede weekend belandde we in Alnwick. De reden dat iemand naar dit afgelegen oord af zou willen reizen is, omdat er een kasteel staat waar de eerste 2 Harry Potter films op zijn genomen. Met een gezond gemengd gezelschap van 2 Duitsers en 4 Nederlanders namen we dan ook de trein. Die, tot onze verbazing, vertrok van perron 2 en niet van perron 9 ¾. In Alnwick uit de trein stappen voelde een beetje als gedropt worden in the middle of nowhere, in the middle of eeuwen. Volledig in Harry Potter sfeer werden we opgehaald door een dubbeldekker, die over de smalle Engelse landweggetjes reed, als een onervaren tovenaar op een bezemsteel. Het gevoel wat dit met zich mee bracht, kan dan ook het beste omschreven worden als, best eng. Door de reisgids bladerend, kwamen we bij de omschrijving van het kasteel van Alnwick uit.
“Het kasteel, gebouwd ter verdediging van Engeland tegen de Schotse invasie, is voltooid in het jaar 1096. Het Kasteel is open voor publiek tussen April en September”
Tip 1: kijk eerst even in de reisgids. Hopend dat dit betekende dat ze de uitzondering van 31 januari zijn vergeten af te drukken in de reisgids, of aan het filmen waren, zijn we er toch maar even heengelopen. Toen bleek dat het kasteel ook op 31 januari dicht was voor publiek, zijn we er even omheen gelopen. Wat ons opviel was hoe lastig dit wel niet was. Zo werden we om de 500 meter gehinderd door een muurtje of een hekje. Nog vreemder was het dat we, na een tijdje gelopen te hebben, bij de achterkant van het kasteel uitkwamen, waar de poort gewoon open stond. Wat raar allemaal. Na even een kijkje binnen te hebben genomen, even vriendelijk naar de man van de beveiliging te hebben gelachen en weer snel weg te zijn gelopen, kunnen we toch mooi melden dat we binnen zijn geweest. Na wat gedronken te hebben in de grootste boomhut van Europa, hebben we de bus genomen naar het plaatsje Alnmouth.
Dit pittoreske, aan de kust gelegen, plaatsje bracht nog meer verrassingen met zich mee. Het plaatsje is namelijk onderhevig aan een van de grootste tijverschillen van Engeland. Boten, die een paar uur geleden nog op het droge lagen, dreven weer, zoals boten dat horen te doen. Zulk sterk opkomend water brengt, voor avontuurlijke en naïeve Nederlanders, wel wat gevaren met zich mee. Zo besloot een van ons (Cas de Bruijn) op een boomstronk op het droge te gaan staan. 2 golven later bleek dat hij beter had kunnen kiezen voor een surfplank. Met natte schoenen en sokken als gevolg. Nadat we een stuk van Engeland af hebben zien breken en zien veranderen in een stuk noordzee, hebben we besloten dat het beter was om weg te gaan, voor we allemaal nat zouden worden en hebben we de trein terug gepakt naar de bewoonde wereld.
Al met al, vermaak ik me prima, ook in het weekend. Gisteren ben ik naar Liverpool geweest, maar omdat ik jullie wel weer genoeg te lezen heb gegeven, komt dat de volgende “Erop uit” wel weer.
Groeten uit Newcastle en veel plezier met Neerland’s slechtste excuus om verkleed zat te worden. Wat zal ik dat toch missen. Eigenlijk niet, het is hier namelijk altijd carnaval.
P.s. Rechts op de blog staat een link naar mijn Photostream. Hierop plaats ik regelmatig wat foto’s die ik gemaakt heb. De foto’s van Durham en Alnwick staan er al op.
Abonneren op:
Posts (Atom)