Voordat ik over een paar dagen naar Nederland kom, lijkt het me verstandig om er nog even het eerste verzoeknummertje doorheen te gooien. De vraag was, Hoe zijn de Engelsen nou in het echt? Mocht ik met het antwoorden een stormpje veroorzaken in Engeland, kan ik nu in ieder geval hopen dat die, tegen de tijd dat ik weer terug ga, weer is gaan liggen.
Dus, hoe zijn ze? wat doen, dragen, eten en drinken ze?
De Engelsen, zoals jullie vast wel weten, zijn allemaal roodharig, zijn geen van alle moeder’s mooiste (dus allemaal even lelijk), ontbijten zoals wij niet eens avondeten, zijn allemaal obees van de fish, chips, bier, en cupcakes, drinken om elf uur thee met sandwiches en nemen dan nog wat meer cupcakes, dragen, afhankelijk van generatie, trainingspakken of regenjassen, nylon of tweed en petjes of bolhoeden, zijn 80% van de dag dronken, en nemen in de zomer met z’n allen het vliegtuig naar Griekenland om er daar 90% van te maken.
Maargoed dat wisten jullie natuurlijk allemaal al. Het mooie van stereotyperen is dat je er lekker snel mee klaar bent. En zoals iedereen weet zijn stereotypen altijd waar. En dat zijn ze ook, als je de dikke, lelijke, roodharige, theedrinkende, fish&chips etende, trainingspakdragende, dronken Engelsman, die je vorig jaar in Griekenland tegen bent gekomen, probeert te omschrijven. Ze bestaan wel, net als dat er nog steeds nederlanders zijn die klompendragend, tulpenplukkend, kaasetend en wietrokend zichzelf op de wallen aan het vermaken zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ik dat ook doe. Ik houd namelijk niet zo van tulpen. En net als dat ik zo’n Nederlander nog nooit ben tegen gekomen, heb ik ook nog nooit een Engelsman gezien die zich alleen maar bezig houdt met de verwachting, die zijn stereotype schetst, te vervullen.
Maar hoe zijn de Engelsen dan? De Engelsen zijn eigenlijk best normaal. Ze zijn niet eens allemaal lelijk. Ja, hun ogen staan wat verder open en wat verder uit elkaar, en er moet ooit een gebrek aan orthodontisten zijn geweest, maar dat is met een beetje scheel kijken en hun mond dicht houden best wel op te lossen. Waar verschelen ze dan nog meer van Nederlanders? Engelsen zijn verschrikkelijk goed in “in de rij staan”. Waar Nederlanders alleen tijdens carnaval braaf in een rijtje blijven, niet inhalen en af en toe iemand vriendelijk uitnodigen om de plaats voor hun in te nemen, is dit in Engeland een soort van normaal. Ik heb dan ook nog nergens anders zulke rechte, geordende en beleefde rijen gezien. Het is dan ook best een verrassing dat, wanneer de mensen de rij verlaten, ze ineens als een soort hysterische pubers over straat gaan rennen, waarbij ontwijken de bedoeling is en frontaal botsen het gevolg. Waar deze plotselinge haast dan vandaan komt weet ik niet precies. Misschien proberen ze snel naar de volgende rij te komen, zodat ze vooraan kunnen gaan staan, zonder daarbij hun geëerde rijregels te breken, of proberen ze zo snel mogelijk van het ene dak naar het andere dak te komen. Omdat ze er niet op rekenen dat het weer de hele dag hetzelfde blijft.
Ok, misschien heeft die alinea me een beetje weggevoerd bij het idee dat ze best normaal zijn. Dus laat ik het nog eens proberen. De Engelse maatschappij lijkt bijvoorbeeld erg veel op de Nederlandse. De soort groepen die je in Nederland op straat tegen komt, kom je hier net zo goed tegen. Met alle stereotypen die daar bij horen van dien. Er is in Newcastle echter een groep erg overwegend aanwezig. De chavs of Asbo’s. En zijn het makkelijkst te herkennen aan hun trainingspak, kort haar, adidas schoenen en een petje. Oftewel, een soort van New kids on the block meets de tokkies. Dat die in Newcastle zoveel te vinden zijn wordt vaak verklaard door de economische achterstand die Newcastle heeft op de rest van Engeland. Natuurlijk zijn ze niet in de meerderheid, maar het zouden geen goede asocialen zijn als ze niet op zouden vallen. Dat doen ze dan ook prima. Voor de rest kan ik alleen concluderen dat alle groeperingen iets meer hun best doen zich te onderscheiden dan hun Nederlandse tegenhangers dat doen. De Engelsen hebben dan ook veel minder problemen met opvallen dan wij dat doen. Het resultaat is wel dat wanneer je bij ons genoeg zou hebben aan een paar gele schoenen, je in Engeland een volledig 3-delig kanarigeel pak nodig hebt om de mensen ervan op te laten kijken.
En zijn de Engelsen een beetje fijne mensen? In de omgang zijn de meeste Engelsen heel fijn. Erg behulpzaam, geduldig, amicaal en bijzonder geïnteresseerd en open tegenover andere culturen. Een uitnodiging om bij ze thuis te komen eten zou ik dan ook met alle liefde en plezier weigeren. Al ligt dat aan het eten dat de beste mensen op tafel zetten. Door de supermarkt lopend, kan ik me niks anders afvragen dan waar het idee van de meatpie in ’s hemelsnaam vandaan komt. Dit moet wel de ranzigste voedselcombinatie zijn die ik ken. Het grootste probleem vind ik niet eens dat ze het lekker vinden. Het grootste probleem vind ik dat ze de foto op de verpakkingen bekijken, die duidelijk de opengereten buik van een dier laat zien, en vervolgens denken, Mmmm jolly good, i’ll have some a those. Dit kan niets anders betekenen dan dat de natie besluit dat het niet mooi hoeft te zijn, als het maar lekker is. Wat nogal met mijn ideeën conflicteert. Ik houd namelijk van mooi en lekker.
De party piece van elke Engelsman is echter zijn gevoel voor humor. Het feit dat ze zichzelf niet echt serieus nemen, verantwoord het feit dat ze het niet echt zijn. Ze zijn dan ook de uitvinders van de zelfspot en het sarcasme, waarvan in sommige van mijn blogposts wel wat sporen te vinden zijn. Ze lossen alles dan ook het liefst op met humor. En dat mag ik wel. Humor is ook meteen hetgeen dat je in Engeland nodig hebt om het te maken. Dit geldt in ieder geval voor televisie. Zo verwacht ik dat als je bij de BBC je programma wil promoten, hun eerste vraag zal zijn, “Vertel eens een mop?”. De televisie wordt dan ook gedomineerd door cabaretiers. Dit zorgt ervoor dat informatieve programma’s een soort informatieve cabaretshows worden. Gelukkig ben ik wel een aanhanger van de humoristische overdracht van informatie, en kan ik me in de hele Engelse humor prima vinden.
Al met al voel ik me bij onze buren prima thuis. Ze hebben hun eigenaardigheden, maar hebben meer dan genoeg fijne kwaliteiten om die goed te maken. Voel ik me dan al een beetje Engelsman? Omdat ik nog niet eet en drink als een engelsman vind ik dat ik mezelf nog niet zo mag noemen. Ik zou me echter niet beledigd voelen als iemand anders het wel zou doen.
zondag 4 april 2010
zondag 21 maart 2010
St. Patrick's day
Het plan
Boek samen met twee Nederlanders, twee Duitsers en een Ier, een vlucht naar Dublin op St. Patrick’s day. Koop, zoals een goede toerist betaamt, een overdreven groen kostuum, om erbij te horen. En breng de nacht door in het café, om de volgende ochtend het vliegtuig terug te nemen.
Ik snap dat dit bij jullie al wat vragen oproept. Zoals, Wie is Patrick?, Waarom groen? en wat heeft dat met Dublin te maken? Allereerst, St. Patrick’s day is een feestdag. Die door Ieren en mensen van Ierse afkomst, net als elke andere nationale feestdag, gebruikt wordt als excuus om excessief veel te drinken.
Maar, wat maakt Patrick dan wel zo heilig? Hierover heb ik in Dublin niet echt duidelijkheid kunnen krijgen. Ik heb verschillende versies gehoord, die allemaal even onaannemelijk waren. Dus heb ik besloten ze allemaal maar te geloven. De eerste versie van het verhaal, legde uit dat Patrick een herder was die, om zijn schapen te beschermen, alle slangen uit Ierland de zee in heeft gejaagd. Een ondersteunend feit voor dit verhaal is dat er inderdaad geen slangen blijken te zijn in Ierland. Wat het verhaal minder geloofwaardig maakt is dat ik het een beetje een slappe reden vind om iemand tot beschermheilige te benoemen en er jaarlijks een feestdag voor te organiseren. Dit heeft er wel voor gezorgd dat mijn doel van een feestdag krijgen nog gewoon tot de opties behoord. Ik ben dan ook al bezig met de selectie van dieren die ik uit wil gaan roeien.
Maar waarom droegen jullie dan een groen pak? De verklaring van de kleur kreeg ik in de tweede uitleg van St. Patrick’s day. Patrick begon in dit verhaal nog steeds als een herder. Ik heb dan ook maar aangenomen dat dat stuk van het verhaal klopt. Maar deze keer joeg hij geen slangen weg, maar bracht hij het katholieke geloof met zich mee vanuit Engeland. De kleur die Patrick als bisschop had aangenomen was groen. En als metafoor voor god gebruikte Patrick een klavertje drie. Wat nog steeds gebruikt wordt als symbool voor St. Patrick en Ierland. Toen ik doorkreeg dat de man die dit verhaal vertelde zijn gezicht blauw had geschminkt, kreeg ik echter de indruk dat hij het niet helemaal eens was met deze theorie. In de uitleg van zijn kleurkeuze kwam dan ook naar voren dat het hele verhaal een mythe was waarin later nogal wat feiten zijn verdraaid. Volgens hem was de kleur van Patrick, die toen nog geen St. was, Blauw. Wat tevens de huidige presidentiële kleur is. En dat hij daarom, uit principe, zijn gezicht in de correcte kleur had geverfd. Toen hij echter vertelde dat het klavertje in het echt ook geen klavertje was maar drie pinten Guiness, heb ik ook bij zijn verhaal maar wat vraagtekens geplaatst.
Ik was na het verhaal dan ook nog steeds tevreden met de kleur van het pak dat wij hadden aangetrokken. Al was ik daar sowieso erg blij mee. In de veronderstelling dat iedereen extreem gekleed zou zijn, hebben wij 5 Leprechaun pakken besteld. Eenmaal aangekomen in Dublin bleken wij echter een van de weinige te zijn die hadden besloten zich te kleden als de Ierse mythologische figuren. Het werd echter bijzonder positief ontvangen. Het resultaat was dat wij de hele dag als toeristenattractie door de stad hebben gelopen. We konden dan ook geen 20 meter lopen zonder dat er gevraagd werd of mensen met ons op de foto mochten. Aangezien we allemaal wel van de aandacht genoten, hebben we dat dan ook vrolijk toegestaan. Onderaan staan een paar van de foto’s
Dan hebben we natuurlijk nog de Ieren zelf. Apart volk. Meestal als ik apart gebruik betekent het dat ik eigenlijk niet goed kan beschrijven wat ik er echt van vind. We werden door alle Ieren bijzonder goed ontvangen. Zo liepen er bijna geen voorbij die niet een gebaar of een geluid maakte om ons te complimenteren voor onze kostuums. Terwijl de eerste vraag wel altijd was “Waar komen jullie eigenlijk vandaan?”. Het was dan blijkbaar ook goed te zien dat we toeristen waren. Het is een beetje als met Koninginnedag in Amsterdam. Waar de Nederlanders rondlopen met een oranje shirtje, sjaal of fluitje, lopen de buitenlanders in oranje leeuwenkostuums, Overalls en volledige voetbaltenues. Waar we wel onze best hadden gedaan ertussen te passen, leek het echter het tegenovergestelde effect te hebben. Maar wanneer we vertelden dat we uit Duitsland en Nederland kwamen werd ook dat positief ontvangen. De meeste reageerde zelfs erg trots. Dat we de moeite hebben genomen om de feestdag van een land met slechts 4 miljoen inwoners mee te vieren. Het motto is dan ook, op St. Patrick’s day is iedereen een beetje Ier.
Wat ook best nog wel eens waar kan zijn. De Ieren staan namelijk nogal bekend als trekvogels. Zo zijn er rond 1840 meer dan 2,5 miljoen naar Amerika verhuisd. En heeft elke zichzelf respecterende woonplaats in de wereld een Irish Pub. Wat er meteen voor zorgt dat St. Patrick’s day een van de grootst gevierde feestdagen ter wereld is. Zo kleuren zowel het Sidney Oprah House en de Chicago river op 17 maart groen. De Ieren komen over als een bijzonder trots volk. Trots op hun voorouders die nog mee hebben geholpen aan het bouwen van de Empire state building en het WTC, en daarvoor nog steeds bijzonder gewaardeerd worden, en trots op het feit dat steden, die meer inwoners hebben dan heel Ierland, hun feetsdag met ze mee vieren. Eigenlijk zijn de Ieren dus trots op het feit dat ze in een land wonen waaruit meer dan de helft van de inwoners ooit heeft besloten te emigreren.
Dit zorgden er wel voor dat wij bijzonder goed zijn ontvangen. Maar het zorgden er ook voor dat er nog een andere kant van Ierland naar boven kwam. Degene van onze groep die zich het minst op zijn gemak heeft gevoeld was namelijk de Ier zelf. Een van oorsprong Noord Ier om precies te zijn. Zo legde hij uit dat de strijd tussen het protestante en Engelse Noorden en het Katholieke en Ierse Zuiden wel af is genomen, maar nog erg word ondersteund daar het zuid Ierse volk. Zo heeft hij dan ook uit angst tegen elke Ier gelogen over zijn afkomst. Ierland kwam dan ook een beetje over als een land met 2 gezichten. Een land dat nogal wat problemen heeft met zichzelf, en zich daarom tegenover anderen opstelt als een overdreven vrolijk en gezellig volk.
Aan het eind van de dag, die een week leek te duren, hebben we de bus genomen naar het vliegveld. Om daar voor de resterende 5 uren een plek te vinden om te slapen. Wat niet echt gelukt is. Met als resultaat dat ik van de in de 30 uur, die de reis duurde, er 30 minuten van heb geslapen. Op de marmeren vloer van de vertrekhal wel te verstaan. Terugkijkend was het een bijzondere dag met een onwerkelijk tintje. Ik kan iedereen in ieder geval aanraden op St. Patrick’s day naar Dublin te gaan. Als je dan nog zorgt voor een goed pak, wordt de dag vanzelf onvergetelijk. Wel 1 tip, boek een hotel, het vliegveld is niet echt aan te raden.
Boek samen met twee Nederlanders, twee Duitsers en een Ier, een vlucht naar Dublin op St. Patrick’s day. Koop, zoals een goede toerist betaamt, een overdreven groen kostuum, om erbij te horen. En breng de nacht door in het café, om de volgende ochtend het vliegtuig terug te nemen.
Ik snap dat dit bij jullie al wat vragen oproept. Zoals, Wie is Patrick?, Waarom groen? en wat heeft dat met Dublin te maken? Allereerst, St. Patrick’s day is een feestdag. Die door Ieren en mensen van Ierse afkomst, net als elke andere nationale feestdag, gebruikt wordt als excuus om excessief veel te drinken.
Maar, wat maakt Patrick dan wel zo heilig? Hierover heb ik in Dublin niet echt duidelijkheid kunnen krijgen. Ik heb verschillende versies gehoord, die allemaal even onaannemelijk waren. Dus heb ik besloten ze allemaal maar te geloven. De eerste versie van het verhaal, legde uit dat Patrick een herder was die, om zijn schapen te beschermen, alle slangen uit Ierland de zee in heeft gejaagd. Een ondersteunend feit voor dit verhaal is dat er inderdaad geen slangen blijken te zijn in Ierland. Wat het verhaal minder geloofwaardig maakt is dat ik het een beetje een slappe reden vind om iemand tot beschermheilige te benoemen en er jaarlijks een feestdag voor te organiseren. Dit heeft er wel voor gezorgd dat mijn doel van een feestdag krijgen nog gewoon tot de opties behoord. Ik ben dan ook al bezig met de selectie van dieren die ik uit wil gaan roeien.
Maar waarom droegen jullie dan een groen pak? De verklaring van de kleur kreeg ik in de tweede uitleg van St. Patrick’s day. Patrick begon in dit verhaal nog steeds als een herder. Ik heb dan ook maar aangenomen dat dat stuk van het verhaal klopt. Maar deze keer joeg hij geen slangen weg, maar bracht hij het katholieke geloof met zich mee vanuit Engeland. De kleur die Patrick als bisschop had aangenomen was groen. En als metafoor voor god gebruikte Patrick een klavertje drie. Wat nog steeds gebruikt wordt als symbool voor St. Patrick en Ierland. Toen ik doorkreeg dat de man die dit verhaal vertelde zijn gezicht blauw had geschminkt, kreeg ik echter de indruk dat hij het niet helemaal eens was met deze theorie. In de uitleg van zijn kleurkeuze kwam dan ook naar voren dat het hele verhaal een mythe was waarin later nogal wat feiten zijn verdraaid. Volgens hem was de kleur van Patrick, die toen nog geen St. was, Blauw. Wat tevens de huidige presidentiële kleur is. En dat hij daarom, uit principe, zijn gezicht in de correcte kleur had geverfd. Toen hij echter vertelde dat het klavertje in het echt ook geen klavertje was maar drie pinten Guiness, heb ik ook bij zijn verhaal maar wat vraagtekens geplaatst.
Ik was na het verhaal dan ook nog steeds tevreden met de kleur van het pak dat wij hadden aangetrokken. Al was ik daar sowieso erg blij mee. In de veronderstelling dat iedereen extreem gekleed zou zijn, hebben wij 5 Leprechaun pakken besteld. Eenmaal aangekomen in Dublin bleken wij echter een van de weinige te zijn die hadden besloten zich te kleden als de Ierse mythologische figuren. Het werd echter bijzonder positief ontvangen. Het resultaat was dat wij de hele dag als toeristenattractie door de stad hebben gelopen. We konden dan ook geen 20 meter lopen zonder dat er gevraagd werd of mensen met ons op de foto mochten. Aangezien we allemaal wel van de aandacht genoten, hebben we dat dan ook vrolijk toegestaan. Onderaan staan een paar van de foto’s
Dan hebben we natuurlijk nog de Ieren zelf. Apart volk. Meestal als ik apart gebruik betekent het dat ik eigenlijk niet goed kan beschrijven wat ik er echt van vind. We werden door alle Ieren bijzonder goed ontvangen. Zo liepen er bijna geen voorbij die niet een gebaar of een geluid maakte om ons te complimenteren voor onze kostuums. Terwijl de eerste vraag wel altijd was “Waar komen jullie eigenlijk vandaan?”. Het was dan blijkbaar ook goed te zien dat we toeristen waren. Het is een beetje als met Koninginnedag in Amsterdam. Waar de Nederlanders rondlopen met een oranje shirtje, sjaal of fluitje, lopen de buitenlanders in oranje leeuwenkostuums, Overalls en volledige voetbaltenues. Waar we wel onze best hadden gedaan ertussen te passen, leek het echter het tegenovergestelde effect te hebben. Maar wanneer we vertelden dat we uit Duitsland en Nederland kwamen werd ook dat positief ontvangen. De meeste reageerde zelfs erg trots. Dat we de moeite hebben genomen om de feestdag van een land met slechts 4 miljoen inwoners mee te vieren. Het motto is dan ook, op St. Patrick’s day is iedereen een beetje Ier.
Wat ook best nog wel eens waar kan zijn. De Ieren staan namelijk nogal bekend als trekvogels. Zo zijn er rond 1840 meer dan 2,5 miljoen naar Amerika verhuisd. En heeft elke zichzelf respecterende woonplaats in de wereld een Irish Pub. Wat er meteen voor zorgt dat St. Patrick’s day een van de grootst gevierde feestdagen ter wereld is. Zo kleuren zowel het Sidney Oprah House en de Chicago river op 17 maart groen. De Ieren komen over als een bijzonder trots volk. Trots op hun voorouders die nog mee hebben geholpen aan het bouwen van de Empire state building en het WTC, en daarvoor nog steeds bijzonder gewaardeerd worden, en trots op het feit dat steden, die meer inwoners hebben dan heel Ierland, hun feetsdag met ze mee vieren. Eigenlijk zijn de Ieren dus trots op het feit dat ze in een land wonen waaruit meer dan de helft van de inwoners ooit heeft besloten te emigreren.
Dit zorgden er wel voor dat wij bijzonder goed zijn ontvangen. Maar het zorgden er ook voor dat er nog een andere kant van Ierland naar boven kwam. Degene van onze groep die zich het minst op zijn gemak heeft gevoeld was namelijk de Ier zelf. Een van oorsprong Noord Ier om precies te zijn. Zo legde hij uit dat de strijd tussen het protestante en Engelse Noorden en het Katholieke en Ierse Zuiden wel af is genomen, maar nog erg word ondersteund daar het zuid Ierse volk. Zo heeft hij dan ook uit angst tegen elke Ier gelogen over zijn afkomst. Ierland kwam dan ook een beetje over als een land met 2 gezichten. Een land dat nogal wat problemen heeft met zichzelf, en zich daarom tegenover anderen opstelt als een overdreven vrolijk en gezellig volk.
Aan het eind van de dag, die een week leek te duren, hebben we de bus genomen naar het vliegveld. Om daar voor de resterende 5 uren een plek te vinden om te slapen. Wat niet echt gelukt is. Met als resultaat dat ik van de in de 30 uur, die de reis duurde, er 30 minuten van heb geslapen. Op de marmeren vloer van de vertrekhal wel te verstaan. Terugkijkend was het een bijzondere dag met een onwerkelijk tintje. Ik kan iedereen in ieder geval aanraden op St. Patrick’s day naar Dublin te gaan. Als je dan nog zorgt voor een goed pak, wordt de dag vanzelf onvergetelijk. Wel 1 tip, boek een hotel, het vliegveld is niet echt aan te raden.
dinsdag 16 maart 2010
Interactie
Om het allemaal wat leuker te maken en mij een beetje op gang te houden, wil ik jullie uitnodigen vragen die jullie hebben, of onderwerpen die jullie besproken willen zien, naar mij te mailen of in de reacties te plaatsen. Dan probeer ik ze in de posts te beantwoorden.
Denk aan vragen als:
Hoe is het weer? Wat doe je eigenlijk in Engeland? of Wat moet ik in Engeland niet bestellen?
Ik zou zeggen, Laat je gaan!
Denk aan vragen als:
Hoe is het weer? Wat doe je eigenlijk in Engeland? of Wat moet ik in Engeland niet bestellen?
Ik zou zeggen, Laat je gaan!
zondag 14 maart 2010
Brand!!................oefening.
Ja, in de waan dat ik jullie eindelijk eens iets met echte nieuwswaarde kon vertellen liep ik op de maat van het brandalarm, met mijn laptop onder de arm achter de, door fluorescerende hesjes geleide, kudde mensen aan de parkeerplaats op. Al wachtend op vlammen, sirenes en explosies werd (gelukkig) door de megafoon bevestigd dat het om een oefening ging. Eenmaal terug binnen, realiseerde ik me wel dat ik nu echt zelf weer wat moet gaan verzinnen om te typen. En nee, de onderwerpen komen niet aanwaaien. Wat ook meteen de reden is van de afgelopen stilte. Verwacht alsjeblieft geen storm.
Ik ga dan ook maar beginnen met de meest inspiratieloze gespreksopener die er bestaat. Het weer. Wat tot mijn verbazing en mijn genoegen erg goed is. Waar ik heb vernomen dat Nederland zich alleen buiten begeeft met dikke jassen, sjaals, paraplu’s en snowboots, ben ik blij te mogen melden dat die hier allang weer in de kast liggen. Hier zijn de zomerjassen uit de kast, de zonnebrillen van de plank, de ijscokarren uit de garage en de daken allang weer van de cabrio’s gehaald. Wat mij altijd extreem vrolijk maakt. De eerste dag dat ik mijn jas aan de kapstok kan laten hangen krijgt bij mij dan ook de naam “vrolijkste dag van het jaar”, en wordt in mijn agenda voorzien van een dubbele rand met zonnestralen. Maar genoeg over het weer.
Nu het gesprek is geopend, het ijs is gebroken, de kop eraf is en ik door mijn gezegdes over afgebeten spitzen heen ben, ga ik verder met het volgende. Koffie. Waarom koffie? Omdat ik het mis. Natuurlijk mis ik jullie ook. Maar aangezien ik nooit lichamelijk aan jullie verslaafd ben geweest, word ik daar niet zo vaak aan herinnerd. Ik ga dan ook regelmatig, als een hongerige neanderthaler op zoek naar goede koffie. Je zou verwachten dat zoeken naar koffie in de geboorteplaats van Charles Earl Grey, in het land van high tea, en het land dat de thee leverde voor het Bostons theefeestje, een beetje zou zijn als zoeken naar een speld in een hooiberg. Gelukkig werd al snel duidelijk dat het meer ging lijken op zoeken naar de beste speld in het speldenkussen.
Nadat al veel van de spelden in mijn cafeïne behoefte hebben voorzien, moet ik concluderen dat hij nergens smaakt zoals het hoort. Ik ben er ook achter gekomen dat koffie drinken meer is dan voorzien in die behoefte. Koffie drinken is opstaan met een grote cappuccino met rosetta. Met een lungo van de week en goed gezelschap een potje schaken. Een espresso van de volgende week om het eten te verwerken. En een grote cappuccino met een dubbele rosetta voor het slapen gaan. In contrast is het hier allemaal wat minder melodramatisch. Hier neemt men een huisvrouw, die je koffie zorgvuldig en met liefde voor je aanslaat op de kassa, en je bestelling doorschreeuwt naar haar nog huisvrouwelijkere collega. Wachtend op de koffie zie je dan hoe je papieren beker behendig onder de machine wordt geworpen, en de melk met 2 liter tegelijk al klokkenluiderbewegingen makend tot het kookpunt wordt gebracht. Waarna hij je met gestrekte arm wordt aangereikt. Gepaard met een blik die meer dan 1000 woorden zegt. Of eigenlijk met een blik die 12 woorden zegt. “Als je het niet goed vind, dan ga je maar naar Inspire.”, maar dan in het Engels. Nee, zoals de koffie thuis smaakt, smaakt hij hier niet.
Maar goed, zoals het mijn blogposts betaamt, moet ik nu in mijn conclusie laten merken dat het ondanks de op- en aanmerkingen over Engeland, die ik zo graag bespreek, toch gewoon goed gaat. En dat gaat het ook. Vooral nu de goede koffie weer in het vooruitzicht is, de schoolopdrachten vorm beginnen te krijgen, en er woensdag iets bijzonder leuks gepland staat. Maar daarover later meer. Voor nu, groeten uit Newcastle. En mijn belofte dat ik weer wat frequenter van deze onzinnige, maar immer gezellige, nonsens zal posten.
Cheers!
Ik ga dan ook maar beginnen met de meest inspiratieloze gespreksopener die er bestaat. Het weer. Wat tot mijn verbazing en mijn genoegen erg goed is. Waar ik heb vernomen dat Nederland zich alleen buiten begeeft met dikke jassen, sjaals, paraplu’s en snowboots, ben ik blij te mogen melden dat die hier allang weer in de kast liggen. Hier zijn de zomerjassen uit de kast, de zonnebrillen van de plank, de ijscokarren uit de garage en de daken allang weer van de cabrio’s gehaald. Wat mij altijd extreem vrolijk maakt. De eerste dag dat ik mijn jas aan de kapstok kan laten hangen krijgt bij mij dan ook de naam “vrolijkste dag van het jaar”, en wordt in mijn agenda voorzien van een dubbele rand met zonnestralen. Maar genoeg over het weer.
Nu het gesprek is geopend, het ijs is gebroken, de kop eraf is en ik door mijn gezegdes over afgebeten spitzen heen ben, ga ik verder met het volgende. Koffie. Waarom koffie? Omdat ik het mis. Natuurlijk mis ik jullie ook. Maar aangezien ik nooit lichamelijk aan jullie verslaafd ben geweest, word ik daar niet zo vaak aan herinnerd. Ik ga dan ook regelmatig, als een hongerige neanderthaler op zoek naar goede koffie. Je zou verwachten dat zoeken naar koffie in de geboorteplaats van Charles Earl Grey, in het land van high tea, en het land dat de thee leverde voor het Bostons theefeestje, een beetje zou zijn als zoeken naar een speld in een hooiberg. Gelukkig werd al snel duidelijk dat het meer ging lijken op zoeken naar de beste speld in het speldenkussen.
Nadat al veel van de spelden in mijn cafeïne behoefte hebben voorzien, moet ik concluderen dat hij nergens smaakt zoals het hoort. Ik ben er ook achter gekomen dat koffie drinken meer is dan voorzien in die behoefte. Koffie drinken is opstaan met een grote cappuccino met rosetta. Met een lungo van de week en goed gezelschap een potje schaken. Een espresso van de volgende week om het eten te verwerken. En een grote cappuccino met een dubbele rosetta voor het slapen gaan. In contrast is het hier allemaal wat minder melodramatisch. Hier neemt men een huisvrouw, die je koffie zorgvuldig en met liefde voor je aanslaat op de kassa, en je bestelling doorschreeuwt naar haar nog huisvrouwelijkere collega. Wachtend op de koffie zie je dan hoe je papieren beker behendig onder de machine wordt geworpen, en de melk met 2 liter tegelijk al klokkenluiderbewegingen makend tot het kookpunt wordt gebracht. Waarna hij je met gestrekte arm wordt aangereikt. Gepaard met een blik die meer dan 1000 woorden zegt. Of eigenlijk met een blik die 12 woorden zegt. “Als je het niet goed vind, dan ga je maar naar Inspire.”, maar dan in het Engels. Nee, zoals de koffie thuis smaakt, smaakt hij hier niet.
Maar goed, zoals het mijn blogposts betaamt, moet ik nu in mijn conclusie laten merken dat het ondanks de op- en aanmerkingen over Engeland, die ik zo graag bespreek, toch gewoon goed gaat. En dat gaat het ook. Vooral nu de goede koffie weer in het vooruitzicht is, de schoolopdrachten vorm beginnen te krijgen, en er woensdag iets bijzonder leuks gepland staat. Maar daarover later meer. Voor nu, groeten uit Newcastle. En mijn belofte dat ik weer wat frequenter van deze onzinnige, maar immer gezellige, nonsens zal posten.
Cheers!
maandag 22 februari 2010
Lief Dagblog,
Zo, de eerste maand zit erop. De tijd kruipt, als je ergens pas net woont. Wat best raar is. Ik heb het goed naar mijn zin, en ik verveel me niet. Omstandigheden waarin de tijd vorig jaar nog gewoon zou vliegen. De maand leek in ieder geval langer te duren dan ik gewend was van een maand. De maanden leken altijd net zo snel te wisselen als ik mijn ondergoed. De laatste maand leek echter meer op het wisselen van een scheermesje. Wat ik 1 keer in de maand doe.., maar dat zou dan weer gewoon moeten kloppen... Is de tijd dan altijd sneller gegaan? Mhh... of moet ik gewoon langer doen met een onderbroek? Mhhh...???
Nou, die alinea brengt me niet echt verder met het zoeken naar hoe het komt dat de afgelopen maand langer leek te duren dan anders. Laten we het nog een keer proberen;
Misschien komt het doordat alles nieuw is, en actiever de aandacht vereist. Maar dat zou betekenen dat wanneer ik ergens gewend ben, ik maar de helft van de tijd bewust meemaak. Waardoor de tijd sneller lijkt te gaan. Maar dat zou ook betekenen dat ik een beetje een dromert ben. Aangezien ik nog veel te jong ben om dat toe te geven, is dat zeker niet de verklaring.
Is het dan misschien omdat "wennen" tijd kost? Wennen kost misschien wel tijd, maar het is wel een beetje egoïstisch om te denken dat het kalenderstelsel zich aan mijn gewenningstempo aanpast. Nee,.. dat is het denk ik ook niet.
Is het dan misschien omdat ik te veel tijd doorbreng met het polsen naar of ik me wel goed voel hier. Ik wil alle opties openhouden. Ik verwacht geen heimwee te krijgen, maar als het zo zou zijn, moet dat kunnen. Komt het misschien daardoor dat de tijd langzamer lijkt te gaan? Ben ik te vaak bezig met mezelf actief af te vragen wat ik vind van deze hele onderneming? Ben ik misschien toch een beetje bang voor heimwee?... Ik ben er bang voor in die zin dat ik het niet wil krijgen, net als dat ik bang ben dat ik varkensgriep krijg. Maar daarvoor ga ik ook niet elke ochtend met een thermometer in mijn oor zitten...
Met het schrijven van dit bericht bepaal ik dan ook, dat ik mijn strategie die ik voor liefde gebruik ook ga toepassen bij heimwee. Ik sta er voor open, maar zoek het niet actief. Met mijn liefdeshistorie geeft dat dan ook meteen de hoop dat ook heimwee mij niet al te frequent zal vinden.
Nou moet ik ook concluderen dat de laatste maand best wel tegen een bijzondere periode op heeft te boksen. Met een bijzonder aangename 1,5 jaar als referentie, snap ik dat de afgelopen maand zich een beetje de underdog heeft moeten voelen. Misschien was ik wel bezig om hem te vergelijken met mijn tijd in Breda? Maar 1 maand tegenover 1,5 jaar is een redelijk korte termijn, en aangezien dat gedeelte van mijn geheugen nou juist niet volledig is ontwikkeld, is het misschien niet echt een goede vergelijking. Zal ik Newcastle dan gewoon een schone lei geven? Een nieuw hoofdstuk dat verder bouwt op, en het logische gevolg is van, het hoofdstuk "Breda"?
Ja, ik ben eruit. Ik ga weer leven. Ik heb nu mooi een maandje kunnen wennen. Een maand waarin ik al bijzonder veel leuke mensen heb leren kennen, al veel leuke dingen heb gedaan, al veel mooie dingen heb gezien en me redelijk heimweeloos doorheen heb weten te krijgen. Dat voorspelt dus alle goeds voor de rest van mijn tijd hier. Ik ben dan ook blij te concluderen dat, met de afgelopen maand als referentie, het hier gewoon een erg mooi jaar gaat worden.
Nou dagblog, daar ben ik uit. Bedankt voor het luisteren, en sorry voor de ongestructureerde en abrupte gedachtewisselingen, de metaforen en de dosis onnodige informatie. Maar, je kent me.
Ik hoop wel dat iedereen doorheeft dat dit niet betekent dat ze moeten stoppen met contact houden. Dat zou namelijk hetzelfde zijn als handen schudden met iemand met varkensgriep. Het vergroot de kans op ziekte.
Nou, dag Blog. Welterusten.
Nou, die alinea brengt me niet echt verder met het zoeken naar hoe het komt dat de afgelopen maand langer leek te duren dan anders. Laten we het nog een keer proberen;
Misschien komt het doordat alles nieuw is, en actiever de aandacht vereist. Maar dat zou betekenen dat wanneer ik ergens gewend ben, ik maar de helft van de tijd bewust meemaak. Waardoor de tijd sneller lijkt te gaan. Maar dat zou ook betekenen dat ik een beetje een dromert ben. Aangezien ik nog veel te jong ben om dat toe te geven, is dat zeker niet de verklaring.
Is het dan misschien omdat "wennen" tijd kost? Wennen kost misschien wel tijd, maar het is wel een beetje egoïstisch om te denken dat het kalenderstelsel zich aan mijn gewenningstempo aanpast. Nee,.. dat is het denk ik ook niet.
Is het dan misschien omdat ik te veel tijd doorbreng met het polsen naar of ik me wel goed voel hier. Ik wil alle opties openhouden. Ik verwacht geen heimwee te krijgen, maar als het zo zou zijn, moet dat kunnen. Komt het misschien daardoor dat de tijd langzamer lijkt te gaan? Ben ik te vaak bezig met mezelf actief af te vragen wat ik vind van deze hele onderneming? Ben ik misschien toch een beetje bang voor heimwee?... Ik ben er bang voor in die zin dat ik het niet wil krijgen, net als dat ik bang ben dat ik varkensgriep krijg. Maar daarvoor ga ik ook niet elke ochtend met een thermometer in mijn oor zitten...
Met het schrijven van dit bericht bepaal ik dan ook, dat ik mijn strategie die ik voor liefde gebruik ook ga toepassen bij heimwee. Ik sta er voor open, maar zoek het niet actief. Met mijn liefdeshistorie geeft dat dan ook meteen de hoop dat ook heimwee mij niet al te frequent zal vinden.
Nou moet ik ook concluderen dat de laatste maand best wel tegen een bijzondere periode op heeft te boksen. Met een bijzonder aangename 1,5 jaar als referentie, snap ik dat de afgelopen maand zich een beetje de underdog heeft moeten voelen. Misschien was ik wel bezig om hem te vergelijken met mijn tijd in Breda? Maar 1 maand tegenover 1,5 jaar is een redelijk korte termijn, en aangezien dat gedeelte van mijn geheugen nou juist niet volledig is ontwikkeld, is het misschien niet echt een goede vergelijking. Zal ik Newcastle dan gewoon een schone lei geven? Een nieuw hoofdstuk dat verder bouwt op, en het logische gevolg is van, het hoofdstuk "Breda"?
Ja, ik ben eruit. Ik ga weer leven. Ik heb nu mooi een maandje kunnen wennen. Een maand waarin ik al bijzonder veel leuke mensen heb leren kennen, al veel leuke dingen heb gedaan, al veel mooie dingen heb gezien en me redelijk heimweeloos doorheen heb weten te krijgen. Dat voorspelt dus alle goeds voor de rest van mijn tijd hier. Ik ben dan ook blij te concluderen dat, met de afgelopen maand als referentie, het hier gewoon een erg mooi jaar gaat worden.
Nou dagblog, daar ben ik uit. Bedankt voor het luisteren, en sorry voor de ongestructureerde en abrupte gedachtewisselingen, de metaforen en de dosis onnodige informatie. Maar, je kent me.
Ik hoop wel dat iedereen doorheeft dat dit niet betekent dat ze moeten stoppen met contact houden. Dat zou namelijk hetzelfde zijn als handen schudden met iemand met varkensgriep. Het vergroot de kans op ziekte.
Nou, dag Blog. Welterusten.
zondag 14 februari 2010
Aan de dames van Inspire
Heel erg bedankt voor de "14 Februari" enveloppe.
en natuurlijk,
I would love to be your valentine!
en natuurlijk,
I would love to be your valentine!
Newcastle
Als iemand mij voordat ik vertrok vroeg, “Waar ga je eigenlijk heen?”, en ik antwoordde met “Newcastle”, zag je aan de reactie dat ze zich afvroegen wat iemand daar in ’s hemelsnaam heeft te zoeken? Iedereen kent de naam, maar het was toch leuker geweest als ik London, New York of Sidney had gezegd. De meeste mensen hadden dan waarschijnlijk zelfs een bezienswaardigheid kunnen noemen waar ik bij in de stad zou komen te wonen. In het geval van Newcastle eindigde het gesprek in de meeste gevallen met, ow,... Leuk.
Maargoed, ik kan jullie nu wel wat tips geven. Mochten jullie ooit nog in Newcastle belanden. Tip 1, kom op visite. Ik ben nog niet in de reisgids opgenomen, maar daar wordt aan gewerkt. Naast mij, zijn er nog wel een paar redenen om naar Newcastle te komen.
Wat ik iedereen aan kan raden als je nieuw in een stad aankomt, is aan de locals vragen wat zij van de stad vinden en wat zij je aanraden te doen. Je kunt uit hun antwoord vaak opmaken waar het in die stad eigenlijk om gaat. In het geval van een, niet zo tot de verbeelding sprekende, stad (als Newcastle), komt niet iedereen even enthousiast over. Omdat ze toch iets moeten noemen, noemen ze hetgeen dat ze het minst erg vinden. Het antwoord hier is meestal: Je kunt er goed uitgaan.
En ja, in zo’n stad ben ik beland. Volgens Forbes zelfs de op 7 na beste feeststad ter wereld. Het centrum is bezaaid met pubs, clubs en discotheken. Als je ’s nachts door de stad loopt krijg je de indruk dat elke van de 799.000 inwoners van het Newcastle-Gateshead stedelijk gebied, zich naar het centrum van Newcastle begeeft, om alles even helemaal te vergeten. Dat doen ze dan ook letterlijk. Waar ik bang was dat de Engelse manier van uitgaan, niet echt samen zou gaan met de mijne, zijn er gelukkig genoeg plaatsen waar het ook best op z’n Hollands kan. Al zijn er wel plaatsen waar je liever niet wil komen. Die worden dan ook door iedereen afgeraden.
Voor de rest is Newcastle een stad die zijn gloriejaren had tijdens de industriële revolutie. Dit is als je door de stad loopt nog goed te merken. Veel gebouwen en bruggen stammen uit die tijd en doen vrij kil en kolosaal aan. Het is dus niet echt een mooie stad. Het meest bezienswaardige is de Quayside. De oevers van de rivier de Tyne worden gesierd door 4 erg verschillende maar 4 erg bijzondere bruggen. Aan de namen van de bruggen kun je afleiden hoe bijzonder creatief de mensen hier zijn. Zo heb je de High bridge, die erg hoog is, de Swing bridge, die draait, de Millenium bridge, jullie mogen raden waarom, en de De Tyne Bridge, die vernoemd is naar de rivier die hij overbrugd. Naast de Quayside is het gebouw van mijn Universiteit een van de meest bezienswaardige dingen van Newcastle.
Voor degene die het nog niet doorhebben, de vorige alinea is eigenlijk een slechte poging om te verbergen dat Newcastle niet echt een stad is om te bezichtigen. Het voordeel is dat, als je dit wel wil doen, je aan een half dagje genoeg hebt. Waar Newcastle niet echt veel punten scoort op looks, doet de stad het wel bijzonder goed op uitgaansgelegenheden. De stad heeft 3 musea, 2 bioscopen, ontelbaar veel cafe’s en restaurants en het grootste indoor doolhof van Europa, wat ze hier het winkelcentrum noemen. De juiste winkel vinden is daarin al lastig, de uitgang vinden is nog veel lastiger. Eigenlijk is Newcasle dus meer een stad om in te wonen, dan om te bezoeken.
Komt dat eens mooi uit.
Maargoed, ik kan jullie nu wel wat tips geven. Mochten jullie ooit nog in Newcastle belanden. Tip 1, kom op visite. Ik ben nog niet in de reisgids opgenomen, maar daar wordt aan gewerkt. Naast mij, zijn er nog wel een paar redenen om naar Newcastle te komen.
Wat ik iedereen aan kan raden als je nieuw in een stad aankomt, is aan de locals vragen wat zij van de stad vinden en wat zij je aanraden te doen. Je kunt uit hun antwoord vaak opmaken waar het in die stad eigenlijk om gaat. In het geval van een, niet zo tot de verbeelding sprekende, stad (als Newcastle), komt niet iedereen even enthousiast over. Omdat ze toch iets moeten noemen, noemen ze hetgeen dat ze het minst erg vinden. Het antwoord hier is meestal: Je kunt er goed uitgaan.
En ja, in zo’n stad ben ik beland. Volgens Forbes zelfs de op 7 na beste feeststad ter wereld. Het centrum is bezaaid met pubs, clubs en discotheken. Als je ’s nachts door de stad loopt krijg je de indruk dat elke van de 799.000 inwoners van het Newcastle-Gateshead stedelijk gebied, zich naar het centrum van Newcastle begeeft, om alles even helemaal te vergeten. Dat doen ze dan ook letterlijk. Waar ik bang was dat de Engelse manier van uitgaan, niet echt samen zou gaan met de mijne, zijn er gelukkig genoeg plaatsen waar het ook best op z’n Hollands kan. Al zijn er wel plaatsen waar je liever niet wil komen. Die worden dan ook door iedereen afgeraden.
Voor de rest is Newcastle een stad die zijn gloriejaren had tijdens de industriële revolutie. Dit is als je door de stad loopt nog goed te merken. Veel gebouwen en bruggen stammen uit die tijd en doen vrij kil en kolosaal aan. Het is dus niet echt een mooie stad. Het meest bezienswaardige is de Quayside. De oevers van de rivier de Tyne worden gesierd door 4 erg verschillende maar 4 erg bijzondere bruggen. Aan de namen van de bruggen kun je afleiden hoe bijzonder creatief de mensen hier zijn. Zo heb je de High bridge, die erg hoog is, de Swing bridge, die draait, de Millenium bridge, jullie mogen raden waarom, en de De Tyne Bridge, die vernoemd is naar de rivier die hij overbrugd. Naast de Quayside is het gebouw van mijn Universiteit een van de meest bezienswaardige dingen van Newcastle.
Voor degene die het nog niet doorhebben, de vorige alinea is eigenlijk een slechte poging om te verbergen dat Newcastle niet echt een stad is om te bezichtigen. Het voordeel is dat, als je dit wel wil doen, je aan een half dagje genoeg hebt. Waar Newcastle niet echt veel punten scoort op looks, doet de stad het wel bijzonder goed op uitgaansgelegenheden. De stad heeft 3 musea, 2 bioscopen, ontelbaar veel cafe’s en restaurants en het grootste indoor doolhof van Europa, wat ze hier het winkelcentrum noemen. De juiste winkel vinden is daarin al lastig, de uitgang vinden is nog veel lastiger. Eigenlijk is Newcasle dus meer een stad om in te wonen, dan om te bezoeken.
Komt dat eens mooi uit.
zondag 7 februari 2010
Erop uit, Durham en Alnwick.
Als in Nederland de week eindigt, begint het weekend. Dat is hier gelukkig ook zo. Maar wat doe je dan? Waar je doordeweeks bezig gehouden wordt door school en allerlei sociale verplichtingen, moet je je in het weekend toch echt zelf bezig zien te houden. Gelukkig zit ik hier in een land met een rijke historie en dus ook genoeg plaatsen waarvan de reisgids vindt dat je er geweest moet zijn.
Zo zijn we het eerste weekend beland in Durham.
“Durham is een middeleeuwse stad met als hoofdattracties, The Cathedral Church of Christ, Blessed Mary the Virgin and St Cuthbert of Durham (de Kathedraal) en het kasteel van Durham, waar de, op Oxford en Cambridge na, oudste universiteit van Engeland zit gevestigd.”
Dat Engeland een rijke historie heeft is in Durham goed te merken. Jammer is het dat, wanneer je door zo’n stad loopt, je het gevoel krijgt dat het altijd historisch is gebleven. De rivieren en grachten lijken nog steeds op open riolen, De huizen op decorstukken, die te authentiek lijken om echt zo oud te zijn en ben je bij het oversteken bang om overreden te worden door een paard en wagen. Het resultaat is dat de enige mensen die je in de stad tegen komt, toeristen zijn. Aangezien te hard pratende Amerikanen en fotomakende Chinezen niet echt bekend staan om hun gezelligheid, hangt er dus ook geen sfeer. Door Durham lopen voelt als lopen door een kil gestileerd openluchtmuseum en niet als een stad waar het fijn is om te zijn. Natuurlijk zijn het kasteel en de Kathedraal twee, bijzonder mooi opgestapelde, hopen mergelsteen, maar na een halfuurtje er door- en omheen te hebben gelopen, beginnen ze al snel te vervelen. Na een paar uur hebben we dan ook de trein van 1350 terug gepakt naar het jaar 2010.
Het tweede weekend belandde we in Alnwick. De reden dat iemand naar dit afgelegen oord af zou willen reizen is, omdat er een kasteel staat waar de eerste 2 Harry Potter films op zijn genomen. Met een gezond gemengd gezelschap van 2 Duitsers en 4 Nederlanders namen we dan ook de trein. Die, tot onze verbazing, vertrok van perron 2 en niet van perron 9 ¾. In Alnwick uit de trein stappen voelde een beetje als gedropt worden in the middle of nowhere, in the middle of eeuwen. Volledig in Harry Potter sfeer werden we opgehaald door een dubbeldekker, die over de smalle Engelse landweggetjes reed, als een onervaren tovenaar op een bezemsteel. Het gevoel wat dit met zich mee bracht, kan dan ook het beste omschreven worden als, best eng. Door de reisgids bladerend, kwamen we bij de omschrijving van het kasteel van Alnwick uit.
“Het kasteel, gebouwd ter verdediging van Engeland tegen de Schotse invasie, is voltooid in het jaar 1096. Het Kasteel is open voor publiek tussen April en September”
Tip 1: kijk eerst even in de reisgids. Hopend dat dit betekende dat ze de uitzondering van 31 januari zijn vergeten af te drukken in de reisgids, of aan het filmen waren, zijn we er toch maar even heengelopen. Toen bleek dat het kasteel ook op 31 januari dicht was voor publiek, zijn we er even omheen gelopen. Wat ons opviel was hoe lastig dit wel niet was. Zo werden we om de 500 meter gehinderd door een muurtje of een hekje. Nog vreemder was het dat we, na een tijdje gelopen te hebben, bij de achterkant van het kasteel uitkwamen, waar de poort gewoon open stond. Wat raar allemaal. Na even een kijkje binnen te hebben genomen, even vriendelijk naar de man van de beveiliging te hebben gelachen en weer snel weg te zijn gelopen, kunnen we toch mooi melden dat we binnen zijn geweest. Na wat gedronken te hebben in de grootste boomhut van Europa, hebben we de bus genomen naar het plaatsje Alnmouth.
Dit pittoreske, aan de kust gelegen, plaatsje bracht nog meer verrassingen met zich mee. Het plaatsje is namelijk onderhevig aan een van de grootste tijverschillen van Engeland. Boten, die een paar uur geleden nog op het droge lagen, dreven weer, zoals boten dat horen te doen. Zulk sterk opkomend water brengt, voor avontuurlijke en naïeve Nederlanders, wel wat gevaren met zich mee. Zo besloot een van ons (Cas de Bruijn) op een boomstronk op het droge te gaan staan. 2 golven later bleek dat hij beter had kunnen kiezen voor een surfplank. Met natte schoenen en sokken als gevolg. Nadat we een stuk van Engeland af hebben zien breken en zien veranderen in een stuk noordzee, hebben we besloten dat het beter was om weg te gaan, voor we allemaal nat zouden worden en hebben we de trein terug gepakt naar de bewoonde wereld.
Al met al, vermaak ik me prima, ook in het weekend. Gisteren ben ik naar Liverpool geweest, maar omdat ik jullie wel weer genoeg te lezen heb gegeven, komt dat de volgende “Erop uit” wel weer.
Groeten uit Newcastle en veel plezier met Neerland’s slechtste excuus om verkleed zat te worden. Wat zal ik dat toch missen. Eigenlijk niet, het is hier namelijk altijd carnaval.
P.s. Rechts op de blog staat een link naar mijn Photostream. Hierop plaats ik regelmatig wat foto’s die ik gemaakt heb. De foto’s van Durham en Alnwick staan er al op.
Zo zijn we het eerste weekend beland in Durham.
“Durham is een middeleeuwse stad met als hoofdattracties, The Cathedral Church of Christ, Blessed Mary the Virgin and St Cuthbert of Durham (de Kathedraal) en het kasteel van Durham, waar de, op Oxford en Cambridge na, oudste universiteit van Engeland zit gevestigd.”
Dat Engeland een rijke historie heeft is in Durham goed te merken. Jammer is het dat, wanneer je door zo’n stad loopt, je het gevoel krijgt dat het altijd historisch is gebleven. De rivieren en grachten lijken nog steeds op open riolen, De huizen op decorstukken, die te authentiek lijken om echt zo oud te zijn en ben je bij het oversteken bang om overreden te worden door een paard en wagen. Het resultaat is dat de enige mensen die je in de stad tegen komt, toeristen zijn. Aangezien te hard pratende Amerikanen en fotomakende Chinezen niet echt bekend staan om hun gezelligheid, hangt er dus ook geen sfeer. Door Durham lopen voelt als lopen door een kil gestileerd openluchtmuseum en niet als een stad waar het fijn is om te zijn. Natuurlijk zijn het kasteel en de Kathedraal twee, bijzonder mooi opgestapelde, hopen mergelsteen, maar na een halfuurtje er door- en omheen te hebben gelopen, beginnen ze al snel te vervelen. Na een paar uur hebben we dan ook de trein van 1350 terug gepakt naar het jaar 2010.
Het tweede weekend belandde we in Alnwick. De reden dat iemand naar dit afgelegen oord af zou willen reizen is, omdat er een kasteel staat waar de eerste 2 Harry Potter films op zijn genomen. Met een gezond gemengd gezelschap van 2 Duitsers en 4 Nederlanders namen we dan ook de trein. Die, tot onze verbazing, vertrok van perron 2 en niet van perron 9 ¾. In Alnwick uit de trein stappen voelde een beetje als gedropt worden in the middle of nowhere, in the middle of eeuwen. Volledig in Harry Potter sfeer werden we opgehaald door een dubbeldekker, die over de smalle Engelse landweggetjes reed, als een onervaren tovenaar op een bezemsteel. Het gevoel wat dit met zich mee bracht, kan dan ook het beste omschreven worden als, best eng. Door de reisgids bladerend, kwamen we bij de omschrijving van het kasteel van Alnwick uit.
“Het kasteel, gebouwd ter verdediging van Engeland tegen de Schotse invasie, is voltooid in het jaar 1096. Het Kasteel is open voor publiek tussen April en September”
Tip 1: kijk eerst even in de reisgids. Hopend dat dit betekende dat ze de uitzondering van 31 januari zijn vergeten af te drukken in de reisgids, of aan het filmen waren, zijn we er toch maar even heengelopen. Toen bleek dat het kasteel ook op 31 januari dicht was voor publiek, zijn we er even omheen gelopen. Wat ons opviel was hoe lastig dit wel niet was. Zo werden we om de 500 meter gehinderd door een muurtje of een hekje. Nog vreemder was het dat we, na een tijdje gelopen te hebben, bij de achterkant van het kasteel uitkwamen, waar de poort gewoon open stond. Wat raar allemaal. Na even een kijkje binnen te hebben genomen, even vriendelijk naar de man van de beveiliging te hebben gelachen en weer snel weg te zijn gelopen, kunnen we toch mooi melden dat we binnen zijn geweest. Na wat gedronken te hebben in de grootste boomhut van Europa, hebben we de bus genomen naar het plaatsje Alnmouth.
Dit pittoreske, aan de kust gelegen, plaatsje bracht nog meer verrassingen met zich mee. Het plaatsje is namelijk onderhevig aan een van de grootste tijverschillen van Engeland. Boten, die een paar uur geleden nog op het droge lagen, dreven weer, zoals boten dat horen te doen. Zulk sterk opkomend water brengt, voor avontuurlijke en naïeve Nederlanders, wel wat gevaren met zich mee. Zo besloot een van ons (Cas de Bruijn) op een boomstronk op het droge te gaan staan. 2 golven later bleek dat hij beter had kunnen kiezen voor een surfplank. Met natte schoenen en sokken als gevolg. Nadat we een stuk van Engeland af hebben zien breken en zien veranderen in een stuk noordzee, hebben we besloten dat het beter was om weg te gaan, voor we allemaal nat zouden worden en hebben we de trein terug gepakt naar de bewoonde wereld.
Al met al, vermaak ik me prima, ook in het weekend. Gisteren ben ik naar Liverpool geweest, maar omdat ik jullie wel weer genoeg te lezen heb gegeven, komt dat de volgende “Erop uit” wel weer.
Groeten uit Newcastle en veel plezier met Neerland’s slechtste excuus om verkleed zat te worden. Wat zal ik dat toch missen. Eigenlijk niet, het is hier namelijk altijd carnaval.
P.s. Rechts op de blog staat een link naar mijn Photostream. Hierop plaats ik regelmatig wat foto’s die ik gemaakt heb. De foto’s van Durham en Alnwick staan er al op.
donderdag 28 januari 2010
Week 1
Lichte wanhoop. Het punt waar ik zo bang voor was, is hier. Ik heb namelijk weeknummering gebruikt in de titel van mijn blogpost. Ik wilde eigenlijk pas iets bloggen als er iets blogwaardigs en interessants was gebeurd. Ik heb deze week dus ook, met mijn laptop in de aanslag, zitten wachten op vuurwerkshows ter ere van alle nieuwe studenten, Newcastle hooligans die mijn school verbouwen of het monster van Loch Ness dat had besloten naar de Tyne te zwemmen. Zolang het maar iets was wat ik jullie kon vertellen zonder dat ik erover hoefde te twijfelen of jullie het interessant zouden vinden. Maar verrassend genoeg, is dat allemaal niet gebeurd. Daar kan ik jullie dus niet mee verblijden. Omdat ik jullie wel iets wil vertellen, had ik dus ook weinig keus bij het kiezen van de Titel. En ja, wat jullie zo gaan lezen is toch echt een verhaal waarin iemand schrijft over een week uit zijn leven. Natuurlijk is het niet zomaar een week en niet zomaar iemand. Het is Jochem Verheijen die verslag doet over de week van 18 tot 24 januari 2010. Wie wil dat niet lezen?
Naast dit was het ook de week waarin ik kennis maakte met mijn nieuwe Engelse school, Engelse gewoontes, Engels eten, het Engelse volk en het Engelse land waar ze in wonen. Wat het eerste opvalt zijn de dingen die hier anders zijn dan in Nederland. Zo is alles in dit land voorzien van een melding, waarschuwing of gebruiksaanwijzing. Waar dit in Amerika voortkomt uit de angst om aangeklaagd te worden, kun je hier alleen maar aannemen dat het volk te stom gevonden word om zelf te kunnen verzinnen dat ze de kraan open moeten draaien om er water uit te laten komen, dat ze op de liftknop moeten drukken om hem naar hun verdieping te laten komen en dat ze naar rechts moeten kijken als daar de auto's vandaan komen.
Dat brengt me meteen bij het oversteken. Autorijden in Engeland schijnt al eng te zijn, oversteken is nog veel enger. Na 21 jaar in Nederland overgestoken te hebben, is het bijna onmogelijk om te voorspellen waar de auto's hier vandaan komen. Dat ik van de Bassie en Adriaan generatie ben helpt ook niet mee. Geïndoctrineerd door hun "kijk links, Kijk rechts en nog een keer", ben ik hier al bijna 2 keer overreden. Maar goed, alles went. Misschien is het toch wel fijn dat ze hier op de straat hebben geschreven welke kant ik op moet kijken.
Naast dit zijn er nog een hoop kleine verschillen tussen Engeland en Nederland. Taal is er een van, net als hoe mensen zich gedragen tijdens het uitgaan en hoe ze hun koffie drinken. Deze onderwerpen bewaar ik graag voor een volgende blogpost.
Door al het gedoe dat om “in het buitenland studeren” heen hangt, vergeet je nog wel eens waarom je eigenlijk in het buitenland bent. Om te studeren. De eerste week was ook de eerste week op school. Waarin ik kennis maakte met mijn nieuwe school, mijn nieuwe collegegenoten, mijn nieuwe leraren en het, voor mij nieuwe, onderwijssysteem. Alles is hier dan ook wennen. Zo hebben de leraren hier geen Nederlands accent als ze Engels praten en allemaal een titel, die ik voorheen alleen gebruikte als er iets met me mankeerde, is het zoeken naar lokalen makkelijker omdat alles staat aangegeven, zijn de medeleerlingen nog steeds overwegend Duits en lijkt het allemaal een stuk moeilijker te zijn dan in Nederland. Al met al, ga ik mijn handen daar meer dan vol mee hebben. Gelukkig heb ik er 2 en vind ik het zonde om ze niet te gebruiken.
Nou dan, de eerste week. Er kan toch best veel gebeuren in een week. Nieuwe mensen ontmoeten en op nieuwe plaatsen komen is erg leuk. De school is goed en de Engelsen zijn bijzonder aardig, behulpzaam en aandoenlijk simpel. Zeggen dat ik gewend ben hier, zou niet waar zijn. Alles voelt nog als vakantie. Het appartement als een hotelkamer, naar school lopen als de stad bezichtigen en boodschappen doen als ’s ochtends brood halen op de camping. Alles is nog te nieuw om te voelen als thuis en nog te onbekend om deel uit te maken van mijn woonplaats. Ik ben dus op zoek naar een draai. Aangezien ze hem hier niet verkopen, heb ik besloten gewoon lekker te blijven zoeken, tot ik hem gevonden heb. Wanneer school straks voor de regelmaat zorgt en ik overal 50 keer ben geweest, denk ik dat deze blog zal worden geschreven door iemand uit Newcastle.
Tot die tijd,
Groeten van Jochem uit Nederland, die in Newcastle studeert.
Naast dit was het ook de week waarin ik kennis maakte met mijn nieuwe Engelse school, Engelse gewoontes, Engels eten, het Engelse volk en het Engelse land waar ze in wonen. Wat het eerste opvalt zijn de dingen die hier anders zijn dan in Nederland. Zo is alles in dit land voorzien van een melding, waarschuwing of gebruiksaanwijzing. Waar dit in Amerika voortkomt uit de angst om aangeklaagd te worden, kun je hier alleen maar aannemen dat het volk te stom gevonden word om zelf te kunnen verzinnen dat ze de kraan open moeten draaien om er water uit te laten komen, dat ze op de liftknop moeten drukken om hem naar hun verdieping te laten komen en dat ze naar rechts moeten kijken als daar de auto's vandaan komen.
Dat brengt me meteen bij het oversteken. Autorijden in Engeland schijnt al eng te zijn, oversteken is nog veel enger. Na 21 jaar in Nederland overgestoken te hebben, is het bijna onmogelijk om te voorspellen waar de auto's hier vandaan komen. Dat ik van de Bassie en Adriaan generatie ben helpt ook niet mee. Geïndoctrineerd door hun "kijk links, Kijk rechts en nog een keer", ben ik hier al bijna 2 keer overreden. Maar goed, alles went. Misschien is het toch wel fijn dat ze hier op de straat hebben geschreven welke kant ik op moet kijken.
Naast dit zijn er nog een hoop kleine verschillen tussen Engeland en Nederland. Taal is er een van, net als hoe mensen zich gedragen tijdens het uitgaan en hoe ze hun koffie drinken. Deze onderwerpen bewaar ik graag voor een volgende blogpost.
Door al het gedoe dat om “in het buitenland studeren” heen hangt, vergeet je nog wel eens waarom je eigenlijk in het buitenland bent. Om te studeren. De eerste week was ook de eerste week op school. Waarin ik kennis maakte met mijn nieuwe school, mijn nieuwe collegegenoten, mijn nieuwe leraren en het, voor mij nieuwe, onderwijssysteem. Alles is hier dan ook wennen. Zo hebben de leraren hier geen Nederlands accent als ze Engels praten en allemaal een titel, die ik voorheen alleen gebruikte als er iets met me mankeerde, is het zoeken naar lokalen makkelijker omdat alles staat aangegeven, zijn de medeleerlingen nog steeds overwegend Duits en lijkt het allemaal een stuk moeilijker te zijn dan in Nederland. Al met al, ga ik mijn handen daar meer dan vol mee hebben. Gelukkig heb ik er 2 en vind ik het zonde om ze niet te gebruiken.
Nou dan, de eerste week. Er kan toch best veel gebeuren in een week. Nieuwe mensen ontmoeten en op nieuwe plaatsen komen is erg leuk. De school is goed en de Engelsen zijn bijzonder aardig, behulpzaam en aandoenlijk simpel. Zeggen dat ik gewend ben hier, zou niet waar zijn. Alles voelt nog als vakantie. Het appartement als een hotelkamer, naar school lopen als de stad bezichtigen en boodschappen doen als ’s ochtends brood halen op de camping. Alles is nog te nieuw om te voelen als thuis en nog te onbekend om deel uit te maken van mijn woonplaats. Ik ben dus op zoek naar een draai. Aangezien ze hem hier niet verkopen, heb ik besloten gewoon lekker te blijven zoeken, tot ik hem gevonden heb. Wanneer school straks voor de regelmaat zorgt en ik overal 50 keer ben geweest, denk ik dat deze blog zal worden geschreven door iemand uit Newcastle.
Tot die tijd,
Groeten van Jochem uit Nederland, die in Newcastle studeert.
zondag 24 januari 2010
From Inspire with love
Op deze weblog wil ik graag ook wat ruimte reserveren om het te hebben over het verassende cadeau dat ik van mijn collega's van Inspire heb gekregen. Het gaat om een stapel enveloppen die geadresseerd zijn aan een bepaald moment in Newcastle. Bijvoorbeeld, na het stappen, valentijnsdag, mijn verjaardag of enveloppen voor als ik het even niet meer zie zitten. Met trots kan ik melden, dat de brieven Newcastle gesloten hebben bereikt. Ik zal op deze weblog melden wanneer er weer 1 open is gegaan en het verhaal dat daarbij gepaard gaat vertellen.
ENVELOPPE 1 "Bij aankomst in Newcastle"
Dat de brieven Newcastle gesloten hebben bereikt, is op zich best bijzonder. Veel van mijn collega's zeiden dat dat hun niet zou lukken. Eenmaal in Newcastle duurde het dan ook niet lang voor ik ze uit mijn tas heb gehaald en op logische volgorde heb gelegd. Deze enveloppe eindigde uiteraard bovenop de stapel. In de lieve brief, die ik in de enveloppe aantrof, worden mij erg fijne dingen toegewenst voor mijn tijd in Newcastle. Ik hoop dat ze uitkomen.
Dankjewel en tot de volgende enveloppe.
p.s. ik ga jullie ook wel een beetje missen.
ENVELOPPE 1 "Bij aankomst in Newcastle"
Dat de brieven Newcastle gesloten hebben bereikt, is op zich best bijzonder. Veel van mijn collega's zeiden dat dat hun niet zou lukken. Eenmaal in Newcastle duurde het dan ook niet lang voor ik ze uit mijn tas heb gehaald en op logische volgorde heb gelegd. Deze enveloppe eindigde uiteraard bovenop de stapel. In de lieve brief, die ik in de enveloppe aantrof, worden mij erg fijne dingen toegewenst voor mijn tijd in Newcastle. Ik hoop dat ze uitkomen.
Dankjewel en tot de volgende enveloppe.
p.s. ik ga jullie ook wel een beetje missen.
woensdag 20 januari 2010
Wakker worden...
Deed ik vanmorgen voor het eerst in Newcastle. Deze blogpost zal dan ook gaan over eersten. De eerste dagen, de eerste activiteiten, het eerste avondmaal en de eerste indrukken. Er is natuurlijk een hoop aan voorafgegaan. Dat ik uiteindelijk naar Newcastle zou vertrekken was allang bekend. Hoe dit zou gaan zijn kon ik echter alleen maar over denken en dromen.
En toen werd ik wakker in Newcastle. De eerste morgen. Terugdenkend aan het geregel, het pakken en de reis die mij er fysiek heeft gebracht, bevestigd wakker worden in een nieuw bed dat het geregel grotendeels achter de rug is en het avontuur echt gaat beginnen. Tegelijkertijd, maakt wakker worden in een nieuw bed vervelend duidelijk dat alles wat voorafging echt voorbij is en niet snel meer terug zal komen. Het zijn dan ook gemengde gevoelens die mij wekken, maar die na wat gepieker gelukkig overstemd worden door mijn immer geruststellende motto, “het komt wel goed”. Daarnaast werkt het gebrek aan terugweg al even kalmerend.
Eenmaal gekalmeerd en opgestaan begint dan ook de eerste dag. Een dag waarop ik gelukkig nog niet naar school hoef. Wel lag de fijne taak van het verder inruimen van mijn kamer en kledingkast voor me. Dit omdat ik de eerste avond de voorkeur heb gegeven aan het installeren van de home cinema set. Geen Thuis zonder Thuisbioscoop! Na mijn kamer vorm te hebben gegeven, kon het verkennen beginnen. Al zoekend naar de kortste weg naar het centrum, ging het optellen van eersten door. Voor het eerst over de millennium brug, voor het eerst vloeken op de vreemde verkeerslichten en voor het eerst verbaasd zijn over de zomerse kledij van de Engelse dames. Terwijl het toch echt heel koud is hier.
Het Engelse volk mag dan ook blij zijn dat de traditionele klederdrachten al wat jaren geleden zijn vastgelegd en niet nu. Ze lopen er namelijk allemaal zo bij. De kledij kan het best beschreven worden als: stukjes stof die er op geen enkele manier in slagen de lichaamsdelen, die zij zouden moeten bedekken, te bedekken. Dit is trouwens een observatie, geen klacht. Ik ben bang dat ikzelf wel even naar de winkel moet voor wat witte gympen, een Adidas trainingspak, een opgeschoren hoofd en een union jack op minimaal 2 van mijn kledingstukken. To help me blend in.
Dan de eerste indrukken. Veel pubs, bars, restaurants, clubs en opvallend veel koffie. Maar die hebben ze nodig in "the city that never sleeps, except for mornings and afternoons". Al met al, een stad waarin ik me wel kan vermaken.
Groeten uit Newcastle!
Jochem
En toen werd ik wakker in Newcastle. De eerste morgen. Terugdenkend aan het geregel, het pakken en de reis die mij er fysiek heeft gebracht, bevestigd wakker worden in een nieuw bed dat het geregel grotendeels achter de rug is en het avontuur echt gaat beginnen. Tegelijkertijd, maakt wakker worden in een nieuw bed vervelend duidelijk dat alles wat voorafging echt voorbij is en niet snel meer terug zal komen. Het zijn dan ook gemengde gevoelens die mij wekken, maar die na wat gepieker gelukkig overstemd worden door mijn immer geruststellende motto, “het komt wel goed”. Daarnaast werkt het gebrek aan terugweg al even kalmerend.
Eenmaal gekalmeerd en opgestaan begint dan ook de eerste dag. Een dag waarop ik gelukkig nog niet naar school hoef. Wel lag de fijne taak van het verder inruimen van mijn kamer en kledingkast voor me. Dit omdat ik de eerste avond de voorkeur heb gegeven aan het installeren van de home cinema set. Geen Thuis zonder Thuisbioscoop! Na mijn kamer vorm te hebben gegeven, kon het verkennen beginnen. Al zoekend naar de kortste weg naar het centrum, ging het optellen van eersten door. Voor het eerst over de millennium brug, voor het eerst vloeken op de vreemde verkeerslichten en voor het eerst verbaasd zijn over de zomerse kledij van de Engelse dames. Terwijl het toch echt heel koud is hier.
Het Engelse volk mag dan ook blij zijn dat de traditionele klederdrachten al wat jaren geleden zijn vastgelegd en niet nu. Ze lopen er namelijk allemaal zo bij. De kledij kan het best beschreven worden als: stukjes stof die er op geen enkele manier in slagen de lichaamsdelen, die zij zouden moeten bedekken, te bedekken. Dit is trouwens een observatie, geen klacht. Ik ben bang dat ikzelf wel even naar de winkel moet voor wat witte gympen, een Adidas trainingspak, een opgeschoren hoofd en een union jack op minimaal 2 van mijn kledingstukken. To help me blend in.
Dan de eerste indrukken. Veel pubs, bars, restaurants, clubs en opvallend veel koffie. Maar die hebben ze nodig in "the city that never sleeps, except for mornings and afternoons". Al met al, een stad waarin ik me wel kan vermaken.
Groeten uit Newcastle!
Jochem
dinsdag 19 januari 2010
What happens in Newcastle...
Stays on this weblog.
Voordat ik vertrok werd mij regelmatig de vraag gesteld of ik een weblog bij ging houden. Ik kan deze vraag nu beantwoorden met: Naar blogspot.com gaan, is gelukt, een passende naam vinden, heb ik geprobeerd, hem naar jullie mailen, doe ik zo, maar bijhouden, de intentie is er, net als dingen die ik jullie wil vertellen. Vandaar deze enthousiaste start van mijn verslag over iets wat tot nu toe aanvoelt als het begin van een avontuur.
Ik snap dat jullie interesse in hoe het mij vergaat per week zal afnemen en mijn dagelijkse sleur mijn verhalen minder vernieuwend zal maken. Maar ik zal mijn best doen het interessant te houden door hier en daar wat anders te schrijven dan wat ik zoal eet en wat ik die dag op school heb geleerd. Mocht mijn blogfrequentie achteruit gaan, denk dan, geen nieuws is goed nieuws. Dit zal dan ook betekenen dat ik door mijn blogwaardige onderwerpen heen ben en jullie niet wil vervelen met nieuws dat eigenlijk geen nieuws is.
Ik hoop dat jullie mijn blog met plezier gaan lezen. Ik zal hem in ieder geval met plezier schrijven.
Blog you posted!
Jochem
Voordat ik vertrok werd mij regelmatig de vraag gesteld of ik een weblog bij ging houden. Ik kan deze vraag nu beantwoorden met: Naar blogspot.com gaan, is gelukt, een passende naam vinden, heb ik geprobeerd, hem naar jullie mailen, doe ik zo, maar bijhouden, de intentie is er, net als dingen die ik jullie wil vertellen. Vandaar deze enthousiaste start van mijn verslag over iets wat tot nu toe aanvoelt als het begin van een avontuur.
Ik snap dat jullie interesse in hoe het mij vergaat per week zal afnemen en mijn dagelijkse sleur mijn verhalen minder vernieuwend zal maken. Maar ik zal mijn best doen het interessant te houden door hier en daar wat anders te schrijven dan wat ik zoal eet en wat ik die dag op school heb geleerd. Mocht mijn blogfrequentie achteruit gaan, denk dan, geen nieuws is goed nieuws. Dit zal dan ook betekenen dat ik door mijn blogwaardige onderwerpen heen ben en jullie niet wil vervelen met nieuws dat eigenlijk geen nieuws is.
Ik hoop dat jullie mijn blog met plezier gaan lezen. Ik zal hem in ieder geval met plezier schrijven.
Blog you posted!
Jochem
Abonneren op:
Posts (Atom)